Nu ook 's avonds geopend op woensdag en donderdag!

Huwelijkse voorwaarden

Wie trouwt zonder eerst huwelijkse voorwaarden te maken, trouwt in de wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Vóór het huwelijk had ieder van de echtgenoten een eigen vermogen, dus eigen bezittingen en eigen schulden. Na het huwelijk ontstaat er door de gemeenschap van goederen één vermogen, dat aan beide echtgenoten samen toebehoort.

De gemeenschap van goederen is eenvoudig en overzichtelijk, maar niet altijd gewenst. Bijvoorbeeld niet als één van de echtgenoten ondernemer is en dus zakelijke risico’s loopt. Of als de echtgenoten niet hun vermogens willen samenvoegen, maar ieder zijn/haar eigen vermogen zelf, op eigen naam, wil houden. Ook als er kinderen uit een eerdere relatie zijn, of als de ene echtgenoot een aanzienlijk groter (familie)vermogen heeft dan de ander, kan dat een reden zijn huwelijkse voorwaarden op te maken.

Voor het opmaken van huwelijkse voorwaarden is een notariële akte nodig. Deze moet getekend worden vóór de dag van de huwelijkssluiting. Het is ook mogelijk om huwelijkse voorwaarden op te maken nadat men getrouwd is. Dit is echter bewerkelijker (en duurder).

Het maken van huwelijkse voorwaarden beschouwen wij als één van de ingewikkeldste onderdelen van ons vak. Er zijn namelijk, binnen de grenzen van de wet, talloze varianten mogelijk. Het maken van op uw situatie toegespitste huwelijkse voorwaarden vereist dan ook uitgebreide besprekingen en veel werk bij het maken van het ontwerp van de akte.

Downloads

Voor het maken van huwelijkse voorwaarden bieden wij dan ook op deze site een bijzonder concept. U maakt daarbij in wezen zelf uw huwelijkse voorwaarden. Zo krijgt u maatwerk huwelijkse voorwaarden en geen “standaard” huwelijkse voorwaarden, zonder het prijskaartje dat onvermijdelijk aan maatwerk hangt.
  1. de brochure Huwelijkse- en partnerschapsvoorwaarden van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB);
  2. de vragenlijst huwelijkse voorwaarden van notariskantoor Van Ee & De Jonge; en
  3. de toelichting bij de vragenlijst huwelijkse voorwaarden van notariskantoor Van Ee & De Jonge.

Als u deze documenten heeft gelezen en de vragenlijst aan de hand van de toelichting heeft ingevuld, kunt u die naar ons mailen of opsturen en een afspraak maken voor een bespreking. Wij gaan er van uit, dat een dergelijke bespreking niet langer dan een drie kwartier/uur duurt. Met behulp van de door u ingevulde vragenlijst en de bij de bespreking verkregen gegevens maken wij het ontwerp van de akte van huwelijkse voorwaarden, die in een tweede bijeenkomst wordt ondertekend.

Huwelijkse voorwaarden hebben overigens niet het effect van een testament. Alleen de vermogensrechtelijke verhouding tussen de beide echtgenoten tijdens het huwelijk (vragen als wat is van wie, wie is voor welke schulden aansprakelijk) is geregeld, en daarmee ook wat deel uitmaakt van de nalatenschap als een van de echtgenoten overlijdt.

De echtgenoten kunnen in een testament vastleggen wat er moet gebeuren met hun vermogens na overlijden. Iedere echtgenoot dient dan zelf een testament te maken. Zonder testament treedt de wettelijke regeling van het erfrecht in. Daarin is de langstlevende echtgenoot automatisch erfgenaam, naast eventuele kinderen. Zie WETTELIJKE VERERVING.

Wettelijke vererving

De wet wijst in het onderdeel Erfrecht aan, wie iemands erfgenamen zijn. De wet kent daarvoor vier achtereenvolgende groepen van erfgenamen. Een groep komt pas aan de beurt als in de vorige groep geen mogelijke erfgenamen aanwezig zijn.

De vier groepen zijn:

  1. de echtgenoot of geregistreerd partner en diens kinderen of hun eventuele afstammelingen;
  2. de ouders en broers en zusters of hun eventuele afstammelingen;
  3. de grootouders of hun eventuele afstammelingen;
  4. de overgrootouders of hun eventuele afstammelingen.

Iemand kan alleen erfgenaam volgens de wet zijn, als hij tot de overledene niet verder is verwijderd dan de zesde graad. Voor het bepalen van de graad moet het aantal geboorten tussen de overledene en de erfgenaam worden geteld.

Enkele voorbeelden. Een zuster is familie in de tweede graad: tussen de overledene en diens ouders ligt één geboorte, tussen de ouders en de zuster de tweede. Een oom van vaderskant is familie in de derde graad: tussen de overledene en diens vader ligt één geboorte, tussen de vader en diens ouders de tweede en tussen die ouders en de oom (broer van de vader) de derde geboorte.

Zijn er langs deze weg geen erfgenamen te vinden, dan erft de Nederlandse Staat.

De belangrijkste vernieuwing in het erfrecht dat op 1 januari 2003 in werking trad zit in de eerste groep, de groep van de echtgenoot of geregistreerd partner en de kinderen van de overledene. Zie hiervoor de pagina NIEUW ERFRECHT.

Eerste groep:

Wanneer iemand overlijdt met achterlating van een echtgenoot/geregistreerd partner en/of kinderen, erven dezen ieder voor een gelijk deel.

Let daarbij wel op het volgende. Als de overledene gehuwd is in algehele gemeenschap van goederen, is de nalatenschap de helft van de gemeenschap van goederen, dus de helft van het totale vermogen. Vaak hoort men zeggen: de langstlevende erft de helft en een kindsdeel. Dat is dus niet juist. De langstlevende is op grond van de gemeenschap van goederen al gerechtigd tot de helft van het totale vermogen en erft in de andere helft, de nalatenschap, evenveel als een kind.

Als een kind al is overleden en dit kind heeft zelf kinderen (kleinkinderen dus van de overledene), dan erven deze kleinkinderen in de plaats van het overleden kind. Dit heet plaatsvervulling. Degenen die bij plaatsvervulling erven, hebben samen het deel van degene voor wie zij in de plaats komen.

De echtgenoot of geregistreerd partner van het vooroverleden kind erft niet, ook niet als het vooroverleden kind zelf geen kinderen heeft achtergelaten.

De echtgenoot of geregistreerd partner van de overledene zelf erft niet, als er een scheiding van tafel en bed is. Een scheiding van tafel en bed is een door de rechter uitgesproken beslissing, dus niet het feitelijk niet-samenwonen!

 Tweede groep:

Als er geen echtgenoot/geregistreerd partner en geen afstammelingen zijn, dan erven de ouders, broers en zusters. Als een broer of zuster al is overleden en deze heeft zelf kinderen (neven en nichten dus van de overledene), dan erven deze neven en nichten in de plaats van het overleden kind. Ook hier is dus plaatsvervulling.

De ouders, broers en zusters erven ieder voor een gelijk deel, maar een ouder erft altijd ten minste een vierde deel, zonodig ten koste van broers en zusters. Halfbroers en halfzusters erven de helft van een volle broer of zuster.

Derde en vierde groep:

Als er ook geen ouders, broers, zusters of (achter-)neefjes en nichtjes zijn, dan wordt de nalatenschap geërfd door nog verdere bloedverwanten tot in de zesdegraad. Eerst de grootouders en de afstammelingen daarvan en daarna de overgrootouders en de afstammelingen daarvan.

Zijn er op deze wijze geen erfgenamen te vinden, dan erft als gezegd de Staat.

Wil men niet dat de nalatenschap of een gedeelte daarvan verkregen wordt door bovenstaande personen, dan is het nodig een testament en/of een codicil te maken.