Nu ook 's avonds geopend op woensdag en donderdag!

Vereniging

In een vereniging mag elk lid in de algemene ledenvergadering stemmen. Zo beslist de algemene ledenvergadering over de belangrijkste zaken, en zorgt het bestuur voor de uitvoering daarvan.

Hoe de gang van zaken binnen een vereniging is geregeld, staat in de statuten: lidmaatschap, de taken en bevoegdheden van de algemene ledenvergadering, van het bestuur en van eventuele andere organen. Soms heeft een vereniging al jarenlang dezelfde statuten, terwijl de feitelijke situatie sterk veranderd is, bijvoorbeeld omdat er nieuwe activiteiten zijn ontplooid. Ook zijn in de loop van de tijd allerlei wettelijke regels gewijzigd.

Het kan dus zinvol zijn om eens na te gaan of de bestaande statuten nog voldoen voor de huidige stand van zaken.

De vereniging kan een (huishoudelijk) reglement hebben. Het kan handig zijn bepaalde zaken, die niet per sé in de statuten hoeven te staan, in een reglement te regelen. Een reglement is immers makkelijker te wijzigen dan de statuten.

Een reglement mag nooit in strijd zijn met de wet of de statuten.

Er zijn twee “soorten” verenigingen:

  • De volledig met volledige rechtspersoonlijkheid. De statuten van een dergelijke vereniging moeten zijn opgenomen in een notariële akte.
  • De vereniging met beperkte rechtspersoonlijkheid (“informele vereniging”). De statuten van de informele vereniging behoeven niet te zijn opgenomen in een notariële akte. Het kan zelfs zijn dat er helemaal geen statuten zijn; de gang van zaken binnen de verenging wordt dan geregeld door de wet. De informele vereniging kan onder andere geen onroerend goed op naam hebben en kan geen erfgenaam zijn. Een vaak nog belangrijker gevolg is dat bestuurders eerder in privé aansprakelijk zijn voor de schulden van de vereniging.

Voor het oprichting van een vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid, maar ook voor wijziging van de statuten daarvan, is een notariële akte nodig. U hoeft beslist niet zelf statuten op te stellen. Bij het vinden van de juiste formuleringen helpen wij u graag.

Wel is het belangrijk dat de volgende punten duidelijk zijn:

  • wat is het doel van de vereniging; het doel moet duidelijk omschreven en voor ieder begrijpelijk zijn;
  • wie kunnen er lid zijn; kan iedereen lid worden of zijn er beperkingen; en kunnen alleen natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed) lid zijn of ook rechtspersonen;
  • heeft ieder lid van de vereniging dezelfde rechten en belangen, of zijn er verschillende soorten leden of afdelingen;
  • hoe wordt men lid en hoe eindigt het lidmaatschap;
  • wie zijn de oprichters;
  • hoe wordt het bestuur gekozen;
  • zijn er, naast de algemene ledenvergadering en het bestuur, nog andere organen, bijvoorbeeld een raad van toezicht of een adviescollege, en welke taken en/of bevoegdheden hebben deze;
  • zijn er zaken die beter in een huishoudelijk reglement kunnen worden geregeld.

Bij wijziging van de statuten dient u er op te letten, dat in de wet en de statuten allerlei formele voorschriften zijn opgenomen die moeten worden nagekomen, wil een besluit tot statutenwijziging rechtsgeldig tot stand komen.

Ons dringend advies is dan ook: neem eerst contact met ons op als u overweegt statuten te wijzigen. Dit voorkomt onnodig werk en dus extra kosten.

Bij gebruikmaking van de modelstatuten op deze website geldt bovendien het volgende. Veel bepalingen in de modelstatuten zijn aan de wet ontleend. Dit biedt het voordeel, dat de leden, het bestuur en eventuele andere bij de vereniging betrokken personen de wet “bij de hand hebben”. Sommige van deze wettelijke bepalingen mogen echter niet gewijzigd worden; zij zijn dwingend wettelijk vastgesteld.

Wijzigingen in de modelstatuten (andere dan de keuzes die het model biedt) zal dan ook extra werk en dus extra kosten met zich meebrengen.

De administratieve verplichtingen, zoals de inschrijving in het Handelsregister van de vereniging na de oprichting of de inschrijving van de statutenwijziging in het Handelsregister, regelen wij voor u.

Ook schrijven wij na de oprichting de bestuursleden in het Handelsregister in. Voorwaarde daarvoor is wel, dat deze bestuursleden bij het ondertekenen van de akte van oprichting aanwezig zijn en zich (net als degenen die de akte ondertekenen) kunnen legitimeren.

Downloads

Werknemers-deelneming

Deze informatie gaat over de mogelijkheden van deelneming van werknemers in het bedrijf en de alternatieven daarvoor.

Werknemers zijn het hart van elk bedrijf. Zij bezitten belangrijke kennis die nodig is om het bedrijf goed te kunnen voeren, en als belangrijke werknemers weglopen kan dat een groot probleem vormen voor het bedrijf. Daarom is het voor elk goedlopend bedrijf belangrijk om de werknemers binnenboord te houden.

Er zijn vele soorten van werknemersbeloningen die als doel hebben om werknemers aan het bedrijf te binden. Hier gaat het over twee van deze beloningen, het verschil ertussen en de voor- en nadelen van elk daarvan. Deze twee soorten beloningen zijn:

  1. werknemersaandelen; en
  2. gratificaties of bonussen in geld.

Als men het heeft over werknemers gaat het om personen die in loondienst zijn van een onderneming. Zij zijn voor hun inkomen in beginsel niet afhankelijk van het wel en wee van de onderneming, want zij hebben immers een vast loon.

Om werknemers te binden aan de onderneming kan het belangrijk zijn om hen deel te laten nemen in de groei van de onderneming. Als de werknemer aandeelhouder wordt houdt dat in, dat als het met het bedrijf goed gaat de waarde van de aandelen stijgt en op die wijze vermogen wordt gevormd. Dat vermogen is echter niet op elk moment beschikbaar in geld. Alleen de inkomsten uit het vermogen, in het geval van aandelen dividend genoemd, komen beschikbaar voor de werknemer/aandeelhouder.

Het vermogen dat in het bedrijf zit in de vorm van aandelen komt pas beschikbaar, op het moment dat deze aandelen verzilverd kunnen worden. Deze verzilvering geschiedt in ieder geval bij het verlaten van het bedrijf, ofwel door pensionering ofwel door vertrek naar een andere werkgever, en in sommige gevallen ook wanneer het, krachtens de voorwaarden waaronder de aandelen door de werknemer worden verkregen, mogelijk is om de aandelen intern te verkopen.

Downloads

Verdere informatie over een werknemersaandelenplan en hoe dat uitgevoerd kan worden vindt u in de download een werknemersaandelenplan. Ook vindt u in deze download informatie over gratificaties of bonussen in geld.

Besloten vennootschap

Bekend als ondernemingsvorm is de B.V. Deze heet voluit: besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Met “besloten” wordt bedoeld dat er een vaste groep van personen is die aandeelhouder zijn. Vaak is er echter maar één aandeelhouder. Die is dan de zogenoemde DGA (directeur/groot-aandeelhouder).

De B.V. heeft een eigen vermogen, geheel afgescheiden van dat van de aandeelhouders. Alleen het eigen vermogen van de B.V. is voor de schulden van de vennootschap aansprakelijk. De aandeelhouders zijn niet verder aansprakelijk dan met het kapitaal dat zij in de B.V. hebben gestopt en waarvoor zij aandelen hebben verkregen; vandaar “beperkte aansprakelijkheid”. Deze aansprakelijkheidsbeperking is een belangrijke reden om te kiezen voor de B.V.-vorm.

In de praktijk wordt echter wel eens geëist dat een aandeelhouder zich naast de B.V. ook in privé aansprakelijk stelt. Met name geldt dit voor de DGA, bijvoorbeeld in het kader van een financiering van de B.V. door de bank. De echtgenoot/echtgenote (of geregistreerd partner) van de aandeelhouder die zich op deze wijze in privé aansprakelijk stelt zal daarvoor overigens meestal toestemming moeten geven.

Een andere belangrijke reden om een bedrijf in de vorm van een B.V. uit te oefenen was in het verleden het verschil in belastingtarief:

  • de eigenaar van de eenmanszaak betaalt inkomstenbelasting (box 1);
  • de B.V. betaalt vennootschapsbelasting; daarnaast betaalt de aandeelhouder met een zogenaamd “aanmerkelijk belang”, waaronder de DGA, inkomstenbelasting tegen het aanmerkelijk-belang-tarief (box 2).

Door het verschil in belastingheffing kan de B.V. een aantrekkelijke vorm zijn. Dat geldt echter onder de huidige Wet Inkomstenbelasting 2001 minder, omdat het tarief van de inkomstenbelasting in box 1 nagenoeg gelijk is aan het tarief van de vennootschapsbelasting gecombineerd met de inkomstenbelasting in box 2.

Bij wijziging van belastingtarieven kan de B.V. echter uit fiscaal oogpunt weer aantrekkelijker worden. Raadpleeg dus altijd uw fiscalist of accountant!

Een belangrijk ander voordeel van een B.V. is, dat in de vennootschap in eigen beheer een pensioen opgebouwd kan worden.

Overweegt u een B.V. op te richten om een nieuwe onderneming te starten of om uw reeds bestaande bedrijf in onder te brengen, dan zijn onder meer de volgende aandachtspunten van belang:

  • Bij de oprichting is wettelijk een kapitaal van minimaal € 18.000,00 vereist. Het kapitaal dient bij de oprichting beschikbaar te zijn; uw bank zal daarvoor een verklaring dienen af te geven (of, als een bestaande onderneming wordt ingebracht in de B.V., uw accountant).
  • Elke B.V. wordt ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. De notaris verzorgt de inschrijving.
  • Het is mogelijk dat de naam die u aan uw B.V. wilde geven al door een ander als handelsnaam bedacht en “bezet” is. Die ander kan u dan mogelijk dwingen uw naam te wijzigen, en dat is kostbaar (statutenwijziging, drukwerk, verlies van naamsbekendheid). Een handelsnaamonderzoek bij de Kamer van Koophandel kan zoveel als mogelijk problemen voorkomen.

Als u meer wilt weten over de B.V. kunt u de algemene informatie B.V. downloaden. Over aandeelhoudersovereenkomsten vindt u informatie in de download aandeelhoudersovereenkomsten.

Voor het laten oprichten van een B.V. en voor overdracht of uitgifte van aandelen kunt u gebruik maken van de vragenlijsten B.V. oprichting en B.V. overdracht en uitgifte aandelen.

Nieuw erfrecht

Na ruim 50 jaar studie, overleg en strijd is op 1 januari 2003 het nieuwe erfrecht ingevoerd. De belangrijkste wijziging in het nieuwe erfrecht is de volgende: bij gehuwde ouders (met gehuwden worden gelijk gesteld geregistreerde partners) met kinderen gaan, na het overlijden van de eerststervende ouder, alle goederen van rechtswege naar de langstlevende. De kinderen ontvangen hun erfdeel in de vorm van een geldvordering op de langstlevende ouder, maar kunnen deze geldvordering in beginsel pas opeisen als de langstlevende ouder zelf overlijdt of failliet gaat (of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op die langstlevende ouder van toepassing wordt verklaard). Dit systeem heet: de wettelijke verdeling.

De langstlevende ouder is er dus tegen beschermd, dat kinderen hun erfdeel opeisen. Hiervoor was tot 1 januari 2003 het maken van een testament nodig.

Wie een belastingtechnisch of vermogensrechtelijk voordeliger testament wil maken maken, of wil dat de vordering van de kinderen ook opeisbaar wordt bij hertrouwen van de langstlevende of bijvoorbeeld wanneer deze naar een verzorgingstehuis gaat, of de regeling van de wilsrechten opzij wil zetten of beperken, dan is een testament nodig.

Voorts gaat de legitieme portie van kinderen (het deel waar kinderen altijd “recht” op hebben, ook al zijn zij onterfd) in alle gevallen de helft van het normale erfdeel bedragen. Een onterfd kind, als het zijn legitieme opeist, wordt daardoor niet mede-erfgenaam maar krijgt slechts een vordering in geld op de erfgenamen. Hij doet dus niet mee bij de afwikkeling van de nalatenschap en kan niet dwarsliggen.

Als een echtgenoot bij testament wordt onterfd, komt deze als langstlevende toch niet met lege handen te staan. De wet kent hem/haar een aantal rechten toe:

  • voortzetting van gebruik van de woning en inboedel gedurende zes maanden;
  • aanspraak op vestiging van een vruchtgebruik op de woning en inboedel (deze aanspraak moet binnen zes maanden na het overlijden worden uitgeoefend);
  • aanspraak op vestiging van een vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap, voorzover daaraan behoefte bestaat (deze aanspraak moet binnen een jaar na het overlijden worden uitgeoefend).
    Deze rechten noemt men “andere wettelijke rechten”.

De nieuwe wet kent nog meer “andere wettelijke rechten”, onder andere:

  • die van minderjarige kinderen op een som (geldbedrag) ineens, voor zover nodig ter verzorging en opvoeding;
  • die van meerderjarige kinderen tot 21 jaar op een som ineens, voor zover nodig voor levensonderhoud en studie;
  • die van kinderen op een som ineens als billijke vergoeding voor het zonder passende beloning verrichten van arbeid in de huishouding van de erflater of in het door hem uitgeoefende bedrijf of beroep.

Ook een executeursbenoeming is in het nieuwe erfrecht gemakkelijker. Onder het oude recht had de benoeming van een executeur geen effect als een kind niet in die benoeming berustte. Deze executeursbenoeming was een last op de legitieme portie van het kind, welke door het kind niet geaccepteerd behoefde te worden.

Onder het nieuwe erfrecht kunt u rustig een executeur benoemen, kinderen hebben dat maar te accepteren.

Onder het oude recht was het verder niet mogelijk een testament te maken voor ongetrouwde ouders met kinderen, dat de langstlevende echt goed beschermde. Het nieuwe recht biedt wel die mogelijkheid. Men kan bijvoorbeeld de samenwonende partner tot enig erfgenaam benoemen, onder de last om aan de kinderen hun erfdelen schuldig te blijven. Daaraan wordt dan de bepaling gekoppeld dat de kinderen hun erfdelen pas kunnen opeisen na overlijden (of faillissement of schuldsanering) van de partner.

Een dergelijk testament kan men alleen maken als de partner “levensgezel” is. Wil men als levensgezel aangemerkt kunnen worden, dan moet er een gemeenschappelijke huishouding zijn en een notariële samenlevingsovereenkomst zijn gesloten. Voor ongehuwde ouders met kinderen is dus de combinatie van testamenten en een notariële samenlevingsovereenkomst van groot belang.

Uit het voorgaande lijkt de conclusie getrokken te kunnen worden dat, het na de invoering van het nieuwe erfrecht niet meer zo nodig is om een testament te maken. Dat is echter niet het geval. Door de toegenomen welvaart en het grotere vermogen dat veel (echt)paren hebben kan het al heel snel de moeite lonen om een goed estate-planningtestament te maken.

U kunt voor informatie over het erfrecht en nalatenschappen de brochure Nieuw erfrecht 2003 downloaden. Verdere informatie vindt u in de download erfrecht algemeen.

Wettelijke vererving

De wet wijst in het onderdeel Erfrecht aan, wie iemands erfgenamen zijn. De wet kent daarvoor vier achtereenvolgende groepen van erfgenamen. Een groep komt pas aan de beurt als in de vorige groep geen mogelijke erfgenamen aanwezig zijn.

De vier groepen zijn:

  1. de echtgenoot of geregistreerd partner en diens kinderen of hun eventuele afstammelingen;
  2. de ouders en broers en zusters of hun eventuele afstammelingen;
  3. de grootouders of hun eventuele afstammelingen;
  4. de overgrootouders of hun eventuele afstammelingen.

Iemand kan alleen erfgenaam volgens de wet zijn, als hij tot de overledene niet verder is verwijderd dan de zesde graad. Voor het bepalen van de graad moet het aantal geboorten tussen de overledene en de erfgenaam worden geteld.

Enkele voorbeelden. Een zuster is familie in de tweede graad: tussen de overledene en diens ouders ligt één geboorte, tussen de ouders en de zuster de tweede. Een oom van vaderskant is familie in de derde graad: tussen de overledene en diens vader ligt één geboorte, tussen de vader en diens ouders de tweede en tussen die ouders en de oom (broer van de vader) de derde geboorte.

Zijn er langs deze weg geen erfgenamen te vinden, dan erft de Nederlandse Staat.

De belangrijkste vernieuwing in het erfrecht dat op 1 januari 2003 in werking trad zit in de eerste groep, de groep van de echtgenoot of geregistreerd partner en de kinderen van de overledene. Zie hiervoor de pagina NIEUW ERFRECHT.

Eerste groep:

Wanneer iemand overlijdt met achterlating van een echtgenoot/geregistreerd partner en/of kinderen, erven dezen ieder voor een gelijk deel.

Let daarbij wel op het volgende. Als de overledene gehuwd is in algehele gemeenschap van goederen, is de nalatenschap de helft van de gemeenschap van goederen, dus de helft van het totale vermogen. Vaak hoort men zeggen: de langstlevende erft de helft en een kindsdeel. Dat is dus niet juist. De langstlevende is op grond van de gemeenschap van goederen al gerechtigd tot de helft van het totale vermogen en erft in de andere helft, de nalatenschap, evenveel als een kind.

Als een kind al is overleden en dit kind heeft zelf kinderen (kleinkinderen dus van de overledene), dan erven deze kleinkinderen in de plaats van het overleden kind. Dit heet plaatsvervulling. Degenen die bij plaatsvervulling erven, hebben samen het deel van degene voor wie zij in de plaats komen.

De echtgenoot of geregistreerd partner van het vooroverleden kind erft niet, ook niet als het vooroverleden kind zelf geen kinderen heeft achtergelaten.

De echtgenoot of geregistreerd partner van de overledene zelf erft niet, als er een scheiding van tafel en bed is. Een scheiding van tafel en bed is een door de rechter uitgesproken beslissing, dus niet het feitelijk niet-samenwonen!

 Tweede groep:

Als er geen echtgenoot/geregistreerd partner en geen afstammelingen zijn, dan erven de ouders, broers en zusters. Als een broer of zuster al is overleden en deze heeft zelf kinderen (neven en nichten dus van de overledene), dan erven deze neven en nichten in de plaats van het overleden kind. Ook hier is dus plaatsvervulling.

De ouders, broers en zusters erven ieder voor een gelijk deel, maar een ouder erft altijd ten minste een vierde deel, zonodig ten koste van broers en zusters. Halfbroers en halfzusters erven de helft van een volle broer of zuster.

Derde en vierde groep:

Als er ook geen ouders, broers, zusters of (achter-)neefjes en nichtjes zijn, dan wordt de nalatenschap geërfd door nog verdere bloedverwanten tot in de zesdegraad. Eerst de grootouders en de afstammelingen daarvan en daarna de overgrootouders en de afstammelingen daarvan.

Zijn er op deze wijze geen erfgenamen te vinden, dan erft als gezegd de Staat.

Wil men niet dat de nalatenschap of een gedeelte daarvan verkregen wordt door bovenstaande personen, dan is het nodig een testament en/of een codicil te maken.

Huis en hypotheek

U kunt een keuze maken uit de volgende onderwerpen:

Vereniging en stichting

Verenigingen en stichtingen zijn op velerlei terrein actief in de samenleving. Het zijn rechtspersonen, dat wil zeggen dat ze zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen (als waren ze een natuurlijk persoon, een mens van vlees en bloed) en hun eigen rechten en plichten hebben.

Naar buiten toe moet iemand namens de rechtspersoon optreden, deze vertegenwoordigen. De vertegenwoordigers van een rechtspersoon heten: bestuurders.

Bijvoorbeeld: Een stichting wil een pand huren. Eén of meer bestuurders van de stichting tekenen het huurcontract: zij gaan namens de stichting de huurovereenkomst aan. De stichting zelf is de huurder, de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst gaan de stichting aan (en niet de bestuurder): de stichting huurt en betaalt de huur.

De vereniging is een vanouds bekende vorm van het principe “samen sta je sterk” of “samen kun je meer dan alleen”. In een vereniging bepalen uiteindelijk de leden (de algemene ledenvergadering) wat er gaat gebeuren en hoe het beleid eruit zal zien. De vereniging heeft dus een democratisch karakter. Het bestuur voert het beleid uit.

Bij stichtingen staat het doel centraal. De oude naam voor stichting is “doelvermogen”. Vroeger moest een stichting een zeker ideëel doel hebben, maar dat is al lang niet meer zo. Een stichting heeft anders dan een vereniging geen leden. Gewoonlijk is het bestuur degene die het beleid bepaalt.

Voor specifieke informatie en downloads kunt u gaan naar STICHTING of naar VERENIGING.

•Vereniging
•Stichting
Goede doelen

Onderneming

Wie een eigen bedrijf heeft of wil beginnen, of een vrij beroep uitoefent, is in de eerste plaats bezig met het bedrijf zélf: het product, de marketing, hoe onderscheid ik mij van de concurrenten.

Toch verdient ook de rechtsvorm van het bedrijf, de “juridische jas”, zeker aandacht. Een onderneming begint vaak klein, als eenmanszaak, maar kan groeien. Er kunnen verschillende redenen zijn om een eigen bedrijf niet of niet langer als eenmanszaak te drijven, maar te kiezen voor een andere rechtsvorm.

Belangrijke redenen om voor de ene of de andere rechtsvorm te kiezen zijn:

  • de vorm van de samenwerking in de praktijk;
  • de persoonlijke aansprakelijkheid;
  • de mogelijkheden van de betreffende vorm;
  • de belastingen.

Zo’n rechtsvorm kan zijn: een besloten vennootschap (B.V.), een maatschap, een vennootschap onder firma (v.o.f.) of een commanditaire vennootschap (c.v.). De naamloze vennootschap (N.V.) komt vrijwel alleen voor bij grotere, eventueel beursgenoteerde ondernemingen.

Elke rechtsvorm heeft zijn eigen voordelen, maar kan ook nadelen hebben. Welke rechtsvorm voor uw bedrijf geschikt is, is alleen te bepalen na nader onderzoek. Een gesprek hierover met de notaris, de accountant en de belastingadviseur loont de moeite.

Ondernemer zijn heeft ook gevolgen voor de privé-sfeer. Als de (aanstaande) ondernemer trouwplannen heeft, kan het zinvol zijn huwelijkse voorwaarden op te maken. Ook als men al gehuwd is, is het mogelijk om nog huwelijkse voorwaarden te maken of te wijzigen.

Voor meer informatie over rechtsvormen in het ondernemingsrecht kunt u gaan naar BESLOTEN VENNOOTSCHAP en ANDERE BEDRIJFSVORMEN.

Aanverwante onderwerpen over de onderneming zijn WERKNEMERS-DEELNEMING en CERTIFICERING.

Meer informatie over aanverwante onderwerpen in de privé-sfeer, zoals huwelijkse voorwaarden en testamenten, vindt u onder ERFRECHT EN TESTAMENTEN en TROUWEN EN SAMENWONEN.

•Besloten vennootschap
•Andere bedrijfsvormen
•Werknemers-deelneming
•Certificering

Erfrecht en testament

Als iemand overlijdt gaat zijn vermogen over op een of meer andere personen. Het erfrecht wijst aan wie dat zijn. Als u wilt dat uw nalatenschap geheel of gedeeltelijk anders vererft dan volgens de wettelijke regels, is het nodig een testament te maken.

De “uiterste wil” kan alleen bij notariële akte, het testament, worden gemaakt. Enkele dingen kunnen echter ook bij een zelf opgemaakt stuk, het codicil, geregeld worden.

Algemene informatie over het wettelijke stelsel van de vererving vindt u onder:

WETTELIJKE VERERVING

NIEUW ERFRECHT

Voor verdere informatie kunt u doorgaan naar:

TESTAMENTEN ALGEMEEN

LANGSTLEVENDE TESTAMENT

CODICIL

Informatie over testamenten, gericht op het fiscaal vriendelijk overgaan van vermogen, vindt u onder de aparte categorie ESTATE PLANNING.

•Wettelijke vererving
•Nieuw erfrecht
•Testamenten algemeen
•Langstlevende testament
•Codicil