Tweede Kamer akkoord met wetsvoorstel nieuw BV-recht en Invoeringswet personenvennootschappen

De Tweede Kamer heeft op 15 december 2009 het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht aangenomen. Het oorspronkelijke wetsvoorstel werd op 31 mei 2009 bij de Tweede Kamer ingediend. Er zijn diverse amendementen op het wetsvoorstel aangenomen waardoor de oorspronkelijke tekst is aangepast. Het wetsvoorstel zal naar verwachting op 1 juli 2010 worden ingevoerd.

De Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek (personenvennootschappen) is eveneens op 15 december 2009 door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel is eveneens op diverse punten geamendeerd. Openbare vennootschappen kunnen rechtspersoonlijkheid verkrijgen door hiervoor te kiezen. Voor de verkrijging van rechtspersoonlijkheid dienen de naam, zetel en doel van de vennootschap te worden opgenomen in een notariële akte. In de Eerste Kamer zal thans behandeling plaatsvinden van het daar al enige tijd aanhangige wetvoorstel titel 7.13 BW (kamerstuk 28746) en de daaraan gekoppelde zojuist door de Tweede Kamer goedgekeurde invoeringswet. Als de Eerste Kamer de wetsvoorstellen snel behandelt, is het mogelijk dat de nieuwe titel 7.13 BW per 1 juli 2010 wordt ingevoerd.
 

Bron: KNB

Stand van zaken met betrekking tot de personenvennootschappen

Wetsvoorstel 28746 strekt tot vaststelling van titel 7.13 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de regeling met betrekking tot de personenvennootschappen is geregeld.

Nieuw is de mogelijkheid dat, indien de vennoten daarvoor kiezen, een openbare vennootschap rechtspersoonlijkheid verwerft. Het wetsvoorstel brengt voorts onder andere de regeling van de maatschap en de andere personenvennootschappen, die thans over twee wetboeken zijn verspreid, samen in één geïntegreerde regeling.

Wetsvoorstel 28746 is op 25 januari 2005 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Justitie heeft op 7 mei 2007 de nadere memorie van antwoord ontvangen en op 15 mei 2007 besloten de bespreking van de nadere procedure aan te houden tot de Invoeringswet de Kamer heeft bereikt. De Invoeringswet (31.065) is op 6 juni 2007 ingediend bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Justitie heeft op 21 oktober 2008 besloten de minister van Justitie op de hoogte te stellen van het feit dat de commissie de afronding van de behandeling van dit wetsvoorstel, gezamenlijk met de Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek (31.065), voor het kerstreces 2008 niet realistisch acht.