Wetsvoorstellen personenvennootschap officieel ingetrokken

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) vindt dat de primaire doelstelling van de wetgeving rondom de personenvennootschappen – het faciliteren van ondernemers – in de wetsvoorstellen onvoldoende tot zijn recht komt. Daarom heeft hij op 15 december 2011 de wetsvoorstellen ingetrokken. Opstelten zegt dit in een reactie op eerdere Kamervragen van de heer Schouw (D66) over dit onderwerp.

Opstelten heeft zijn mening onder meer gebaseerd op reacties van VNO-NCW en MKB-Nederland. Van beide ondernemersorganisaties heeft hij niet de indruk gekregen dat de huidige regeling voor ondernemers onvriendelijk is. Zij laat juist ruimte aan partijen om hun samenwerkingsverband naar believen vorm te geven. Dit hoeft ook niet duur te zijn.

Inventariseren knelpunten
De minister laat in dezelfde reactie weten dat hij, voordat hij eventueel met een nieuw wetsvoorstel komt, graag de problemen hoort waartegen men in de praktijk aanloopt. Zo is de Commissie vennootschapsrecht voornemens hiervan een inventarisatie te maken. Maar hij nodigt ook andere organisaties, zoals VNO-NCW, MKB-Nederland en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie uit knelpunten uit de praktijk kenbaar te maken.

Consistente lijn in ondernemingsrecht
Opstelten vindt overigens niet dat het ondernemingsrecht steeds rommeliger, slordiger, minder consistent en voorspelbaar wordt, zoals hoogleraar Jaap Winter vorig jaar in een artikel in het tijdschrift Ondernemingsrecht stelde. Opstelten ziet een consistente lijn, die is neergelegd in de Nota modernisering ondernemingsrecht en waarbij een concurrerend ondernemingsrecht het streven is.

 Bron: KNB

Flexibele B.V. en personenvennootschap laten op zich wachten

De invoering van een flexibele BV en een personenvennootschap zijn niet eerder te verwachten dan in 2011. De gezamenlijke behandeling van beide wetsvoorstellen (28746 en 31058) in de Eerste Kamer ligt stil. De commissie voor Justitie in de Eerste Kamer wil van de minister eerst de doorlopende tekst ontvangen van wetsvoorstel 31058, voordat zij de behandeling voortzet. Dat heeft de commissie een delegatie van de KNB laten weten in een gesprek dat onlangs plaatsvond. De KNB drong bij de commissie aan op spoedige voortzetting.

Bron: KNB

Per 1 juli 2009 nog geen nieuw personenvennootschapsrecht

Zodra de Tweede Kamer het wetsvoorstel Invoeringswet titel 7.13 BW heeft aangenomen, kan ook het wetsvoorstel inzake de invoering van het nieuwe personenvennootschapsrecht bij de Eerste Kamer worden ingediend.

 
Aangezien de behandeling van het wetsvoorstel Invoeringswet titel 7.13 BW eerst in de week van 8 juni 2009 in de Tweede Kamer aan de orde komt, kan worden geconcludeerd dat invoering van het nieuwe personenvennootschapsrecht per 1 juli 2009 niet waarschijnlijk is. Daarmee is ook invoering vóór 1 januari 2010 onwaarschijnlijk.
 

Bron: KNB

Stand van zaken met betrekking tot de personenvennootschappen

Wetsvoorstel 28746 strekt tot vaststelling van titel 7.13 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de regeling met betrekking tot de personenvennootschappen is geregeld.

Nieuw is de mogelijkheid dat, indien de vennoten daarvoor kiezen, een openbare vennootschap rechtspersoonlijkheid verwerft. Het wetsvoorstel brengt voorts onder andere de regeling van de maatschap en de andere personenvennootschappen, die thans over twee wetboeken zijn verspreid, samen in één geïntegreerde regeling.

Wetsvoorstel 28746 is op 25 januari 2005 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Justitie heeft op 7 mei 2007 de nadere memorie van antwoord ontvangen en op 15 mei 2007 besloten de bespreking van de nadere procedure aan te houden tot de Invoeringswet de Kamer heeft bereikt. De Invoeringswet (31.065) is op 6 juni 2007 ingediend bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Justitie heeft op 21 oktober 2008 besloten de minister van Justitie op de hoogte te stellen van het feit dat de commissie de afronding van de behandeling van dit wetsvoorstel, gezamenlijk met de Invoeringswet titel 7.13 Burgerlijk Wetboek (31.065), voor het kerstreces 2008 niet realistisch acht.