De verklaring van geen bezwaar voor oprichting of statutenwijziging van o.a. een BV en NV blijft ook na 31 december 2010 nog verplicht.
Bij de invoering van het herziene toezicht op rechtspersonen zijn vertragingen opgetreden. Het huidige preventieve toezicht (de verklaring van geen bezwaar) wordt pas afgeschaft als het herziene toezicht in werking treedt, om een lacune in het toezicht op rechtspersonen te voorkomen.
Voor bijvoorbeeld de oprichting van een B.V. of een N.V. (of een statutenwijziging van een B.V. of N.V.) dient derhalve nog steeds (via de notaris) de verklaring van geen bezwaar te worden aangevraagd.
Overigens is de wet voor het herziene toezicht op rechtspersonen inmiddels vastgesteld (Staatsblad 2010, 280). Momenteel moet rekening worden gehouden met een invoering van het herziene toezicht per medio 2011.
Bron: KNB
Verklaring van executele
Een variant op de verklaring van erfrecht is de verklaring van executele: de overledene heeft dan zelf in zijn testament (of in een voor 1 januari 2003 opgemaakt codicil) iemand aangewezen die zijn nalatenschap zal afwikkelen. Deze persoon wordt executeur genoemd. Aan zo iemand geeft de notaris een verklaring van executele af, waarmee de executeur dan bevoegd is te handelen.
Ook voor een verklaring van executele is onderzoek naar het testament en bij de Burgerlijke Stand nodig.
Stichting
Een stichting heeft geen leden, en dus ook geen algemene ledenvergadering zoals de vereniging. In de statuten van de stichting zal zijn bepaald wie welke bevoegdheden heeft. Het bestuur speelt daarbij doorgaans een belangrijke rol.
Hoe de gang van zaken binnen een stichting is geregeld, staat in de statuten: de taken en bevoegdheden van het bestuur en van eventuele andere organen. Soms heeft een stichting al jarenlang dezelfde statuten, terwijl de feitelijke situatie sterk veranderd is, bijvoorbeeld omdat er nieuwe activiteiten zijn ontplooid. Ook zijn in de loop van de tijd allerlei wettelijke regels gewijzigd.
Het kan dus zinvol zijn om eens na te gaan of de bestaande statuten nog voldoen voor de huidige stand van zaken.
De stichting kan een (huishoudelijk) reglement hebben. Het kan handig zijn bepaalde zaken, die niet per sé in de statuten hoeven te staan, in een reglement te regelen. Een reglement is immers makkelijker te wijzigen dan de statuten.
Een reglement mag nooit in strijd zijn met de wet of de statuten.
Voor het oprichting van een stichting, maar ook voor wijziging van de statuten daarvan, is een notariële akte nodig. U hoeft beslist niet zelf statuten op te stellen. Bij het vinden van de juiste formuleringen helpen wij u graag.
Wel is het belangrijk dat de volgende punten duidelijk zijn:
- wat is het doel van de stichting; het doel moet duidelijk omschreven en voor ieder begrijpelijk zijn;
- wie is of zijn de oprichter(s);
- hoe wordt het bestuur benoemd;
- zijn er, naast het bestuur, nog andere organen, bijvoorbeeld een raad van toezicht of een adviescollege, en welke taken en/of bevoegdheden hebben deze;
- zijn er zaken die beter in een huishoudelijk reglement kunnen worden geregeld.
Bij wijziging van de statuten dient u er op te letten, dat in de wet en de statuten allerlei formele voorschriften zijn opgenomen die moeten worden nagekomen, wil een besluit tot statutenwijziging rechtsgeldig tot stand komen.
Ons dringend advies is dan ook: neem eerst contact met ons op als u overweegt statuten te wijzigen. Dit voorkomt onnodig werk en dus extra kosten.
Bij gebruikmaking van de modelstatuten op deze website geldt bovendien het volgende. Veel bepalingen in de modelstatuten zijn aan de wet ontleend. Dit biedt het voordeel, dat het bestuur en eventuele andere bij de stichting betrokken personen de wet “bij de hand hebben”. Sommige van deze wettelijke bepalingen mogen echter niet gewijzigd worden; zij zijn dwingend wettelijk vastgesteld.
Wijzigingen in de modelstatuten (andere dan de keuzes die het model biedt) zal dan ook extra werk en dus extra kosten met zich meebrengen.
De administratieve verplichtingen, zoals de inschrijving in het Handelsregister van de stichting na de oprichting of de inschrijving van de statutenwijziging in het Handelsregister, regelen wij voor u.
Ook schrijven wij na de oprichting de bestuursleden in het Handelsregister in. Voorwaarde daarvoor is wel, dat deze bestuursleden bij het ondertekenen van de akte van oprichting aanwezig zijn en zich (net als degenen die de akte ondertekenen) kunnen legitimeren.
Downloads
Vereniging
In een vereniging mag elk lid in de algemene ledenvergadering stemmen. Zo beslist de algemene ledenvergadering over de belangrijkste zaken, en zorgt het bestuur voor de uitvoering daarvan.
Hoe de gang van zaken binnen een vereniging is geregeld, staat in de statuten: lidmaatschap, de taken en bevoegdheden van de algemene ledenvergadering, van het bestuur en van eventuele andere organen. Soms heeft een vereniging al jarenlang dezelfde statuten, terwijl de feitelijke situatie sterk veranderd is, bijvoorbeeld omdat er nieuwe activiteiten zijn ontplooid. Ook zijn in de loop van de tijd allerlei wettelijke regels gewijzigd.
Het kan dus zinvol zijn om eens na te gaan of de bestaande statuten nog voldoen voor de huidige stand van zaken.
De vereniging kan een (huishoudelijk) reglement hebben. Het kan handig zijn bepaalde zaken, die niet per sé in de statuten hoeven te staan, in een reglement te regelen. Een reglement is immers makkelijker te wijzigen dan de statuten.
Een reglement mag nooit in strijd zijn met de wet of de statuten.
Er zijn twee “soorten” verenigingen:
- De volledig met volledige rechtspersoonlijkheid. De statuten van een dergelijke vereniging moeten zijn opgenomen in een notariële akte.
- De vereniging met beperkte rechtspersoonlijkheid (“informele vereniging”). De statuten van de informele vereniging behoeven niet te zijn opgenomen in een notariële akte. Het kan zelfs zijn dat er helemaal geen statuten zijn; de gang van zaken binnen de verenging wordt dan geregeld door de wet. De informele vereniging kan onder andere geen onroerend goed op naam hebben en kan geen erfgenaam zijn. Een vaak nog belangrijker gevolg is dat bestuurders eerder in privé aansprakelijk zijn voor de schulden van de vereniging.
Voor het oprichting van een vereniging met volledige rechtspersoonlijkheid, maar ook voor wijziging van de statuten daarvan, is een notariële akte nodig. U hoeft beslist niet zelf statuten op te stellen. Bij het vinden van de juiste formuleringen helpen wij u graag.
Wel is het belangrijk dat de volgende punten duidelijk zijn:
- wat is het doel van de vereniging; het doel moet duidelijk omschreven en voor ieder begrijpelijk zijn;
- wie kunnen er lid zijn; kan iedereen lid worden of zijn er beperkingen; en kunnen alleen natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed) lid zijn of ook rechtspersonen;
- heeft ieder lid van de vereniging dezelfde rechten en belangen, of zijn er verschillende soorten leden of afdelingen;
- hoe wordt men lid en hoe eindigt het lidmaatschap;
- wie zijn de oprichters;
- hoe wordt het bestuur gekozen;
- zijn er, naast de algemene ledenvergadering en het bestuur, nog andere organen, bijvoorbeeld een raad van toezicht of een adviescollege, en welke taken en/of bevoegdheden hebben deze;
- zijn er zaken die beter in een huishoudelijk reglement kunnen worden geregeld.
Bij wijziging van de statuten dient u er op te letten, dat in de wet en de statuten allerlei formele voorschriften zijn opgenomen die moeten worden nagekomen, wil een besluit tot statutenwijziging rechtsgeldig tot stand komen.
Ons dringend advies is dan ook: neem eerst contact met ons op als u overweegt statuten te wijzigen. Dit voorkomt onnodig werk en dus extra kosten.
Bij gebruikmaking van de modelstatuten op deze website geldt bovendien het volgende. Veel bepalingen in de modelstatuten zijn aan de wet ontleend. Dit biedt het voordeel, dat de leden, het bestuur en eventuele andere bij de vereniging betrokken personen de wet “bij de hand hebben”. Sommige van deze wettelijke bepalingen mogen echter niet gewijzigd worden; zij zijn dwingend wettelijk vastgesteld.
Wijzigingen in de modelstatuten (andere dan de keuzes die het model biedt) zal dan ook extra werk en dus extra kosten met zich meebrengen.
De administratieve verplichtingen, zoals de inschrijving in het Handelsregister van de vereniging na de oprichting of de inschrijving van de statutenwijziging in het Handelsregister, regelen wij voor u.
Ook schrijven wij na de oprichting de bestuursleden in het Handelsregister in. Voorwaarde daarvoor is wel, dat deze bestuursleden bij het ondertekenen van de akte van oprichting aanwezig zijn en zich (net als degenen die de akte ondertekenen) kunnen legitimeren.
Downloads
Werknemers-deelneming
Deze informatie gaat over de mogelijkheden van deelneming van werknemers in het bedrijf en de alternatieven daarvoor.
Werknemers zijn het hart van elk bedrijf. Zij bezitten belangrijke kennis die nodig is om het bedrijf goed te kunnen voeren, en als belangrijke werknemers weglopen kan dat een groot probleem vormen voor het bedrijf. Daarom is het voor elk goedlopend bedrijf belangrijk om de werknemers binnenboord te houden.
Er zijn vele soorten van werknemersbeloningen die als doel hebben om werknemers aan het bedrijf te binden. Hier gaat het over twee van deze beloningen, het verschil ertussen en de voor- en nadelen van elk daarvan. Deze twee soorten beloningen zijn:
- werknemersaandelen; en
- gratificaties of bonussen in geld.
Als men het heeft over werknemers gaat het om personen die in loondienst zijn van een onderneming. Zij zijn voor hun inkomen in beginsel niet afhankelijk van het wel en wee van de onderneming, want zij hebben immers een vast loon.
Om werknemers te binden aan de onderneming kan het belangrijk zijn om hen deel te laten nemen in de groei van de onderneming. Als de werknemer aandeelhouder wordt houdt dat in, dat als het met het bedrijf goed gaat de waarde van de aandelen stijgt en op die wijze vermogen wordt gevormd. Dat vermogen is echter niet op elk moment beschikbaar in geld. Alleen de inkomsten uit het vermogen, in het geval van aandelen dividend genoemd, komen beschikbaar voor de werknemer/aandeelhouder.
Het vermogen dat in het bedrijf zit in de vorm van aandelen komt pas beschikbaar, op het moment dat deze aandelen verzilverd kunnen worden. Deze verzilvering geschiedt in ieder geval bij het verlaten van het bedrijf, ofwel door pensionering ofwel door vertrek naar een andere werkgever, en in sommige gevallen ook wanneer het, krachtens de voorwaarden waaronder de aandelen door de werknemer worden verkregen, mogelijk is om de aandelen intern te verkopen.
Downloads
Besloten vennootschap
Bekend als ondernemingsvorm is de B.V. Deze heet voluit: besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Met “besloten” wordt bedoeld dat er een vaste groep van personen is die aandeelhouder zijn. Vaak is er echter maar één aandeelhouder. Die is dan de zogenoemde DGA (directeur/groot-aandeelhouder).
De B.V. heeft een eigen vermogen, geheel afgescheiden van dat van de aandeelhouders. Alleen het eigen vermogen van de B.V. is voor de schulden van de vennootschap aansprakelijk. De aandeelhouders zijn niet verder aansprakelijk dan met het kapitaal dat zij in de B.V. hebben gestopt en waarvoor zij aandelen hebben verkregen; vandaar “beperkte aansprakelijkheid”. Deze aansprakelijkheidsbeperking is een belangrijke reden om te kiezen voor de B.V.-vorm.
In de praktijk wordt echter wel eens geëist dat een aandeelhouder zich naast de B.V. ook in privé aansprakelijk stelt. Met name geldt dit voor de DGA, bijvoorbeeld in het kader van een financiering van de B.V. door de bank. De echtgenoot/echtgenote (of geregistreerd partner) van de aandeelhouder die zich op deze wijze in privé aansprakelijk stelt zal daarvoor overigens meestal toestemming moeten geven.
Een andere belangrijke reden om een bedrijf in de vorm van een B.V. uit te oefenen was in het verleden het verschil in belastingtarief:
- de eigenaar van de eenmanszaak betaalt inkomstenbelasting (box 1);
- de B.V. betaalt vennootschapsbelasting; daarnaast betaalt de aandeelhouder met een zogenaamd “aanmerkelijk belang”, waaronder de DGA, inkomstenbelasting tegen het aanmerkelijk-belang-tarief (box 2).
Door het verschil in belastingheffing kan de B.V. een aantrekkelijke vorm zijn. Dat geldt echter onder de huidige Wet Inkomstenbelasting 2001 minder, omdat het tarief van de inkomstenbelasting in box 1 nagenoeg gelijk is aan het tarief van de vennootschapsbelasting gecombineerd met de inkomstenbelasting in box 2.
Bij wijziging van belastingtarieven kan de B.V. echter uit fiscaal oogpunt weer aantrekkelijker worden. Raadpleeg dus altijd uw fiscalist of accountant!
Een belangrijk ander voordeel van een B.V. is, dat in de vennootschap in eigen beheer een pensioen opgebouwd kan worden.
Overweegt u een B.V. op te richten om een nieuwe onderneming te starten of om uw reeds bestaande bedrijf in onder te brengen, dan zijn onder meer de volgende aandachtspunten van belang:
- Bij de oprichting is wettelijk een kapitaal van minimaal € 18.000,00 vereist. Het kapitaal dient bij de oprichting beschikbaar te zijn; uw bank zal daarvoor een verklaring dienen af te geven (of, als een bestaande onderneming wordt ingebracht in de B.V., uw accountant).
- Elke B.V. wordt ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. De notaris verzorgt de inschrijving.
- Het is mogelijk dat de naam die u aan uw B.V. wilde geven al door een ander als handelsnaam bedacht en “bezet” is. Die ander kan u dan mogelijk dwingen uw naam te wijzigen, en dat is kostbaar (statutenwijziging, drukwerk, verlies van naamsbekendheid). Een handelsnaamonderzoek bij de Kamer van Koophandel kan zoveel als mogelijk problemen voorkomen.
Als u meer wilt weten over de B.V. kunt u de algemene informatie B.V. downloaden. Over aandeelhoudersovereenkomsten vindt u informatie in de download aandeelhoudersovereenkomsten.
Voor het laten oprichten van een B.V. en voor overdracht of uitgifte van aandelen kunt u gebruik maken van de vragenlijsten B.V. oprichting en B.V. overdracht en uitgifte aandelen.
Verdeling
Het begrip verdeling gaat over het verdelen van iets dat onverdeeld is. Onverdeeldheden zijn er onder andere in een nalatenschap en in een ontbonden huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenleving. In al die gevallen moet datgene wat gemeenschappelijk en nog onverdeeld is (de onverdeelde gemeenschap), worden verdeeld.
In veel gevallen kunt u zelf verdelen, zeker als u het er met elkaar over eens bent hoe verdeeld moet worden. In een aantal gevallen heeft u de notaris nodig, namelijk als het gaat om onroerend goed, aandelen in B.V.’s en als in de gemeenschap iemand gerechtigd is die minderjarig is of onder bewind of curatele is gesteld.
Als het gaat om een nalatenschap zijn grofweg twee soorten verdelingen te onderscheiden:
- De verdeling ter uitvoering van een langstlevende testament. Bij deze verdeling gaat men meestal uit van het vermogen per de overlijdensdatum (zoals dat ook vermeld stond in de aangifte voor de successiebelasting). Alle goederen en schulden worden aan de langstlevende ouder toegedeeld. De erfdelen van de kinderen worden in de akte berekend en vastgelegd wordt dat de kinderen een vordering van dat bedrag hebben op de langstlevende ouder. Een variant in het langstlevende testament is dat de goederen of een deel daarvan niet in eigenom naar de langstlevende gaan, maar naar de kinderen terwijl de langstlevende het recht van vruchtgebruik heeft. Hierover kunt u verder lezen onder: ERFRECHT EN TESTAMENTEN en ESTATE PLANNING.
- Andere verdelingen. Bijvoorbeeld een tante zonder echtgenoot en kinderen overlijdt. Dan moeten er allerlei dingen gedaan worden, zoals de huur opzeggen of het eigen huis verkopen, eindafrekeningen van elektriciteit, gas en water betalen, zorgen dat ziektenkostenvergoedingen worden ontvangen, de laatste inkomstenbelasting verzorgen, enzovoorts. Uiteindelijk is alles gedaan en blijft er een netto geldbedrag over of bijvoorbeeld een aantal effecten. Over de periode vanaf het overlijden tot de verdeling wordt een rekening en verantwoording opgesteld door de gevolmachtigde, de executeur of de notaris. Wat er allemaal gedaan is, wat uiteindelijk nog verdeeld moet worden en hoe dat wordt verdeeld, wordt vastgelegd in een verdelingsakte.
In de gevallen waarin het gaat om de verdeling van een gemeenschap na een beëindigde samenleving of een ontbonden huwelijk of geregistreerd partnerschap, kunt u van onze diensten ook gebruik maken om problemen op te lossen en om een scheidingsconvenant uit te voeren. Als er bij de verdeling problemen rijzen kan mediation een goed hulpmiddel zijn. Daarover vindt u meer op de pagina: MEDIATION.
Erfbelasting
LET OP: alle hieronder genoemde bedragen en percentages gelden voor een overlijden in het jaar 2011.
Iedereen die erft van een overledene die op het moment van overlijden binnen het Rijk woonde, moet over de erfenis belasting betalen. Die belasting heet officieel: erfbelasting. Tot 1 januari 2010 heette dat “recht van successie”. Ook moet erfbelasting worden betaald als de overledene niet binnen het Rijk woonde, maar daar wel heeft gewoond en minder dan tien jaren vóór het overlijden buiten het Rijk is gaan wonen. Vaak moet dan wel in het buitenland een soortgelijke belasting betaald worden.
Er zijn echter uitzonderingen. Men hoeft geen erfbelasting te betalen als de verkrijging te klein is. In het officiële jargon heet het dan, dat de verkrijging onder een vrijstelling valt.
Tariefgroepen en tariefschijven
De erfbelasting heeft twee tariefgroepen en twee schijven. In welke tariefgroep de erfenis valt, hangt af van de familierelatie tussen de overledene en degene die erft. De twee schijven hangen samen met de hoogte van de verkrijging: hoe meer men erft, des te hoger is het percentage erfbelasting.
Tariefgroep 1: Echtgenoot of geregistreerd partner en (klein)kinderen (en onder voorwaarden een samenwoner). Bij een verkrijging tot € 118.708,00 betalen zij 10%. Daarboven ligt de tweede tariefschijf van 20%. Kleinkinderen betalen het tarief van kinderen, verhoogd met 60% van dat tarief (dus 16% over de eerste en 32% over de tweede schijf).
Tariefgroep 2: Hieronder vallen alle overige verkrijgers. Hun verkrijgingen worden tot € 118.708,00 belast met 30%, daarboven met 40%.
Vrijstellingen
Belangrijk zijn de al genoemde vrijstellingen. Een echtgenoot of geregistreerd partner (en onder voorwaarden ook een samenwoner in een twee-relatie) heeft een vrijstelling van € 603.600,00. Daarop wordt wel de waarde van een verkregen nabestaandenpensioen in mindering gebracht, maar er blijft altijd een vrijstelling van minimaal € 155.930,00 over. De langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner valt dus niet zo snel onder de successiebelasting, maar vooral bij een jongere langstlevende moet wel worden gelet op de vermindering in verband met het nabestaandenpensioen!
Samenwoners in een twee-relatie vallen slechts onder voorwaarden in het lage tarief voor echtgenoten en onder de hoge vrijstelling voor echtgenoten. Het komt er op neer, dat men tenminste zes maanden een notarieel samenlevingscontract moet hebben en tenminste zes maanden bij de gemeente op hetzelfde adres moet staan ingeschreven. Zonder notarieel samenlevingscontract geldt de vrijstelling voor samenwoners alleen, als zij onafgebroken gedurende tenminste vijf jaren bij de gemeente op hetzelfde adres staan ingeschreven.
Naast de vrijstelling voor echtgenoten zijn er andere vrijstellingen, onder andere voor kinderen en kleinkinderen. Die hebben een vrijstelling van € 19.114,00. Kinderen die grotendeels op kosten van de overledene werden onderhouden en door geestelijke of lichamelijke gebreken naar verwachting de eerstkomende drie jaren niet in staat zijn met arbeid die voor hun kracht berekend is tenminste de helft te verdienen van wat lichamelijk en geestelijk gezonde personen van dezelfde leeftijd kunnen verdienen, hebben een hogere vrijstelling van € 57.342,00. Ouders hebben een vrijstelling van € 45.270,00 en er is een algemene vrijstelling van € 2.012,00.
Voor instellingen met een goed doel die door de Belastingdienst als zodanig zijn aangemerkt (de zogenaamde Algemeen Nut Beogende Instellingen oftewel ANBI’s), geldt een algehele vrijstelling.
Aangifte en betaling
Meestal stuurt de Belastingdienst na een maand of vier een aangiftebiljet naar een van de erfgenamen. In de aangifte moeten de bezittingen en schulden van de overledene naar de toestand op de sterfdatum worden opgenomen. Als bijvoorbeeld de beurs zakt moet erfbelasting worden betaald over een hogere waarde (per de sterfdatum) dan er misschien later is. Het is dus belangrijk om tijdig te reserveren en eventueel effecten tijdig te verkopen.
Voor iedere erfgenaam en iedere legataris (iemand die geen aandeel in de nalatenschap krijgt, maar bijvoorbeeld een in een testament genoemd geldbedrag of aangewezen zaak) wordt in de aangifte vermeld wat, in geld uitgedrukt, zijn verkrijging waard is.
De aangifte voor de erfbelasting moet in de regel acht maanden na het overlijden bij de Belastingdienst worden ingediend. De aanslag volgt dan meestal ongeveer twee maanden later. Nog een maand later moet de erfbelasting worden betaald. Tussen het moment van overlijden en het betalen van de erfbelasting zit dus meestal bijna een jaar.
Als alle gegevens niet tijdig beschikbaar zijn om de aangifte te kunnen doen, is uitstel mogelijk. Uitstel moet aangevraagd worden en wordt vrijwel altijd gegeven. Wel kan een voorlopige aanslag worden opgelegd.
Sommige aangiften voor de erfbelasting kunnen behoorlijk ingewikkeld zijn. Vooral wanneer een onderneming deel uitmaakt van de nalatenschap, vereist de aangifte heel wat denk- en rekenwerk.
De notaris is van oudsher specialist op het gebied van de erfbelasting.
Recht van overgang (afgeschaft)
Een bijzondere “soort” erfbelasting was het recht van overgang. Recht van overgang kon overigens niet alleen bij overlijden, maar ook bij een schenking spelen.
Het recht van overgang was een ingewikkelde materie. Hieronder zijn slechts de hoofdlijnen weegegeven; het overzicht is niet volledig.
Recht van overgang moest worden betaald over wat krachtens erfrecht (of schenking) wordt verkregen van iemand, die ten tijde van het overlijden (of de schenking) niet binnen het Rijk woonde en niet al met erfbelasting werd belast. Recht van overgang werd echter doorgaans alleen geheven over zogenaamde binnenlandse bezittingen minus binnenlandse schulden.
Binnenlandse bezittingen zijn bezittingen die behoren tot een Nederlandse onderneming en (niet tot een dergelijke onderneming behorende) in Nederland gelegen onroerend goed, soms ook rechten op een aandeel in de winst van een onderneming waarvan de leiding in Nederland is gevestigd.
Binnenlandse schulden zijn tot een Nederlandse onderneming behorende schulden, alsmede schulden waarvoor hypotheek is verstrekt op een in Nederland gelegen onroerend goed (voorzover deze laatste schulden zijn aangegaan voor de financiering van de verkrijging, de verbetering of het onderhoud van dat onroerend goed).
Het recht van overgang is op 1 januari 2010 afgeschaft.
Testamenten algemeen
Als er geen kinderen zijn
Indien u niet wenst dat uw nalatenschap wordt verkregen door de wettelijke erfgenamen is het nodig een testament te maken, waarin u bepaalt aan wie het vermogen na uw overlijden wel zal toekomen: de broer die het ‘t hardste nodig heeft, het lievelingsnichtje, instellingen met een goed doel, enzovoorts.
De bekende goede doelen, zoals het Wereldnatuurfonds, het Koningin Wilhelminafonds voor de kankerbestrijding, de Hartstichting, maar ook vele minder bekende (kleinere) goede doelen en kerkgenootschappen, zijn vrijgesteld van belasting over erfenissen als zij door de Belastingdienst als algemeen nut beoogende instelling (ANBI) zijn aangemerkt.
Een testament is niet alleen iets voor mensen met een aanzienlijk vermogen. Ook als iemand weinig geld heeft kan een testament heel nuttig zijn. In plaats van veel erfgenamen die per persoon bijna niets zouden erven (en waarbij de kosten van boedelbehandeling nogal kunnen oplopen) is het beter een of een paar erfgenamen te benoemen, die dan tenminste nog iets van enige omvang krijgen.
Het is dus altijd zinvol om zich af te vragen: Als ik nu zou overlijden, aan wie gun ik dan mijn vermogen?
Denk ook niet: Ik ben nog geen 80 jaar, dat hoef ik nu nog niet te regelen. Iedereen kan altijd iets onverwachts overkomen.
De belangrijkste bepalingen in een testament zijn:
- erfstellingen; men wijst een of meer personen/instellingen aan, die voor het geheel of voor een evenredig gedeelte (percentage) van de nalatenschap erfgenaam zijn;
- legaten; een legaat is het toekennen van een bepaalde zaak of een geldbedrag aan een bepaalde persoon of instelling.
In beginsel bent u vrij om in het testament te bepalen wat u wil. Daar zijn wel een paar uitzonderingen op. Men mag bijvoorbeeld niet ten voordele van de verpleegster, de behandelend arts of de pastoor of dominee, door wie men verpleegd is of is bijgestaan gedurende de ziekte waaraan men overlijdt, beschikkingen maken tijdens die ziekte.
Kinderen onterven
Het is een misverstand dat men kinderen niet zou kunnen onterven; dat kan wel. Het kind kan na het overlijden in die onterving berusten. Maar het kind moet dat niet, het kan ook een beroep doen op zijn zogenaamde “legitieme portie”. De legitieme portie in het nieuwe erfrecht is de helft van het normale kindsdeel, het erfdeel dat het kind zou hebben gehad als het niet zou zijn onterfd.
Let op: Voor het onterfde kind kan nog de “oude” legitieme portie gelden, zoals dat onder het oude erfrecht geregeld was. Dit komt door het overgangsrecht. Het overgangsrecht kan bijvoorbeeld spelen, als er nog vóór 1 januari 2003 een testament is gemaakt. De legitieme portie van het oude erfrecht is meestal groter dan die van het nieuwe erfrecht. De notaris kan u hierover nader informeren.
Als een onterfd kind een beroep doet op zijn legitieme portie, wordt hij daardoor niet mede-erfgenaam; hij krijgt niet een aandeel in alle goederen en schulden van de nalatenschap. Het onterfde kind krijgt alleen een vordering in geld jegens de erfgenamen. Hij kan dus niet de afwikkeling van de nalatenschap tegenwerken door als erfgenaam dwars te liggen. Dit was in het oude recht nog anders: door een beroep op zijn legitieme portie werd het onterfde kind mede-erfgenaam en moet hij meewerken aan de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap.
In veel onder het oude erfrecht opgemaakte testamenten werd een kind, dat men eigenlijk wel wilde onterven, toch niet onterfd maar “in de legitieme gesteld”, dat wil zeggen dat het kind niet meer kreeg dan de legitieme portie. Dit komt onder andere omdat bij onterving soms zo’n testament niet meer goed werkte. Onder het nieuwe erfrecht speelt dit niet meer, maar het oude testament blijft geldig, inclusief de legitieme portie van het kind.
Om verschillende redenen adviseren wij mensen, die een kind wilden onterven maar nog onder oud erfrecht een testament hebben gemaakt, dringend om een nieuw testament te maken:
het kind is in een oud testament vaak nog in de legitieme gesteld, maar kan helemaal worden onterfd;
het kind is in een oud testament vaak nog mede-erfgenaam en kan dus de afwikkeling van de nalatenschap dwarsbomen; door een nieuw testament kan dit worden voorkomen;
het kind dat in een oud testament de legitieme portie krijgt, heeft door het overgangsrecht vaak nog de (grotere) oude legitieme portie; door een nieuw testament kan worden geregeld, dat het kind de (kleinere) huidige legitieme portie krijgt.
De wettelijke verdeling of een testament maken?
In veel gevallen werkt de wettelijke verdeling (de wettelijke regeling als één van de ouders overlijdt en een echtgenoot/geregistreerd partner en kinderen achterlaat) goed. Daarom is het ook het stelsel van de wet geworden. Dat is zeker het geval als er alleen inboedel en wat geld op de bank is. De langstlevende krijgt dat en de kinderen kunnen geen bezwaar maken. Als er een huis is en het is de uitdrukkelijke bedoeling dat de langstlevende dat krijgt en er over kan beschikken is er ook nog niets aan de hand. Ook als de langstlevende hertrouwt zijn de rechten van de kinderen wel gewaarborgd.
Als er een groter vermogen is, een hypotheekvrij huis, geld op de bank of een effectenportefeuille, kan het zin hebben om toch een testament te maken. De gedachtengang is: Het is prima als de langstlevende over de goederen kan beschikken, maar als het even kan moet uiteindelijk alles toch zoveel mogelijk en met een zo laag mogelijke belastingheffing naar de kinderen. De wettelijke verdeling werkt dan te grof. Alles gaat immers naar de langstlevende.
Stel er is een huis en een effectenportefeuille. Als die naar de langstlevende in eigendom gaan, worden bij diens overlijden de waarden dan belast met successiebelasting. En het is een historisch feit dat huizen en effecten op de lange duur in waarde stijgen (hoewel resultaten uit het verleden …).
Het kan dan ook soms beter zijn om ervoor te zorgen dat niet de langstlevende maar de kinderen de eigendom krijgen, en de langstlevende het vruchtgebruik. Er worden dan twee vliegen in één klap geslagen. De heffing over vruchtgebruik/eigendom kan fiscaal gunstig zijn en de waardestijging op termijn blijft buiten de heffing van de successiebelasting.
Maar als de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik heeft en de kinderen de eigendom, hoe zit het dan met de vrijheid van de langstlevende? Het is mogelijk om bij het vruchtgebruik te bepalen, dat de vruchtgebruiker de volledige beschikkingsbevoegdheid heeft en dat de vruchtgebruiker op het kapitaal zelfs mag interen. Deze bevoegdheiden kunnen ook beperkt worden of aan voorwaarden worden gebonden.
Als de langstlevende deze beide bevoegdheden heeft is hij of zij eigenlijk niet slechter af dan als eigenaar. De vruchtgebruiker hoeft aan de kinderen geen toestemming te vragen om goederen onder het vruchtgebruik te vervreemden of daarop in te teren. De kinderen lopen wel enig risico, maar groot is dat niet, ook niet in vergelijking tot de wettelijke verdeling. De kinderen zijn immers ook de eigen kinderen van de langstlevende en welk belang zou de langstlevende er bij hebben om de eigen kinderen te benadelen?
Conclusie: Bij vermogen van enige omvang moeten twee zaken in het oog worden gehouden. Als eerste de positie van de langstlevende, en als tweede de overgang naar de volgende generatie op een zo voordelig mogelijke manier. Het maken van een testament met goede regelingen is dan nodig.
Nieuw erfrecht
Na ruim 50 jaar studie, overleg en strijd is op 1 januari 2003 het nieuwe erfrecht ingevoerd. De belangrijkste wijziging in het nieuwe erfrecht is de volgende: bij gehuwde ouders (met gehuwden worden gelijk gesteld geregistreerde partners) met kinderen gaan, na het overlijden van de eerststervende ouder, alle goederen van rechtswege naar de langstlevende. De kinderen ontvangen hun erfdeel in de vorm van een geldvordering op de langstlevende ouder, maar kunnen deze geldvordering in beginsel pas opeisen als de langstlevende ouder zelf overlijdt of failliet gaat (of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op die langstlevende ouder van toepassing wordt verklaard). Dit systeem heet: de wettelijke verdeling.
De langstlevende ouder is er dus tegen beschermd, dat kinderen hun erfdeel opeisen. Hiervoor was tot 1 januari 2003 het maken van een testament nodig.
Wie een belastingtechnisch of vermogensrechtelijk voordeliger testament wil maken maken, of wil dat de vordering van de kinderen ook opeisbaar wordt bij hertrouwen van de langstlevende of bijvoorbeeld wanneer deze naar een verzorgingstehuis gaat, of de regeling van de wilsrechten opzij wil zetten of beperken, dan is een testament nodig.
Voorts gaat de legitieme portie van kinderen (het deel waar kinderen altijd “recht” op hebben, ook al zijn zij onterfd) in alle gevallen de helft van het normale erfdeel bedragen. Een onterfd kind, als het zijn legitieme opeist, wordt daardoor niet mede-erfgenaam maar krijgt slechts een vordering in geld op de erfgenamen. Hij doet dus niet mee bij de afwikkeling van de nalatenschap en kan niet dwarsliggen.
Als een echtgenoot bij testament wordt onterfd, komt deze als langstlevende toch niet met lege handen te staan. De wet kent hem/haar een aantal rechten toe:
- voortzetting van gebruik van de woning en inboedel gedurende zes maanden;
- aanspraak op vestiging van een vruchtgebruik op de woning en inboedel (deze aanspraak moet binnen zes maanden na het overlijden worden uitgeoefend);
- aanspraak op vestiging van een vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap, voorzover daaraan behoefte bestaat (deze aanspraak moet binnen een jaar na het overlijden worden uitgeoefend).
Deze rechten noemt men “andere wettelijke rechten”.
De nieuwe wet kent nog meer “andere wettelijke rechten”, onder andere:
- die van minderjarige kinderen op een som (geldbedrag) ineens, voor zover nodig ter verzorging en opvoeding;
- die van meerderjarige kinderen tot 21 jaar op een som ineens, voor zover nodig voor levensonderhoud en studie;
- die van kinderen op een som ineens als billijke vergoeding voor het zonder passende beloning verrichten van arbeid in de huishouding van de erflater of in het door hem uitgeoefende bedrijf of beroep.
Ook een executeursbenoeming is in het nieuwe erfrecht gemakkelijker. Onder het oude recht had de benoeming van een executeur geen effect als een kind niet in die benoeming berustte. Deze executeursbenoeming was een last op de legitieme portie van het kind, welke door het kind niet geaccepteerd behoefde te worden.
Onder het nieuwe erfrecht kunt u rustig een executeur benoemen, kinderen hebben dat maar te accepteren.
Onder het oude recht was het verder niet mogelijk een testament te maken voor ongetrouwde ouders met kinderen, dat de langstlevende echt goed beschermde. Het nieuwe recht biedt wel die mogelijkheid. Men kan bijvoorbeeld de samenwonende partner tot enig erfgenaam benoemen, onder de last om aan de kinderen hun erfdelen schuldig te blijven. Daaraan wordt dan de bepaling gekoppeld dat de kinderen hun erfdelen pas kunnen opeisen na overlijden (of faillissement of schuldsanering) van de partner.
Een dergelijk testament kan men alleen maken als de partner “levensgezel” is. Wil men als levensgezel aangemerkt kunnen worden, dan moet er een gemeenschappelijke huishouding zijn en een notariële samenlevingsovereenkomst zijn gesloten. Voor ongehuwde ouders met kinderen is dus de combinatie van testamenten en een notariële samenlevingsovereenkomst van groot belang.
Uit het voorgaande lijkt de conclusie getrokken te kunnen worden dat, het na de invoering van het nieuwe erfrecht niet meer zo nodig is om een testament te maken. Dat is echter niet het geval. Door de toegenomen welvaart en het grotere vermogen dat veel (echt)paren hebben kan het al heel snel de moeite lonen om een goed estate-planningtestament te maken.
U kunt voor informatie over het erfrecht en nalatenschappen de brochure Nieuw erfrecht 2003 downloaden. Verdere informatie vindt u in de download erfrecht algemeen.
