Nu ook 's avonds geopend op woensdag en donderdag!

Codicil

Bij een codicil kunt u:

  • kleren, lijfstoebehoren en bepaalde lijfsieraden aan de in het codicil genoemde personen nalaten (legateren);
  • bepaalde inboedelzaken en bepaalde boeken legateren;
  • bepalen dat de zaken onder 1 en 2 buiten een gemeenschap van goederen vallen; degene die het uit uw nalatenschap krijgt hoeft het dan bij een latere echtscheiding niet met de ex-partner te delen;
  • bepaalde rechten in verband met de Auteurswet uitoefenen.

Bepaald wil zeggen dat u precies moet aangeven welke zaak wordt gelegateerd. Een legaat van bijvoorbeeld al uw sieraden kan niet, wel van een speciaal aangewezen (dus bepaald) sieraad. De vermaakte goederen en de personen aan wie deze vermaakt worden, dienen bij voorkeur zodanig duidelijk te zijn omschreven, dat er geen misverstand over kan bestaan wat of wie is bedoeld.

Geldbedragen legateren bij codicil is niet mogelijk, evenmin als het benoemen van erfgenamen of een executeur.

Vóór 1 januari 2003 kon een executeur wel bij codicil worden benoemd. Een dergelijk codicil blijft geldig, maar het is mede gezien de gewijzigde positie van de executeur beter de benoeming van de executeur in een testament op te nemen. U kunt dan ook gebruik maken van de mogelijkheden van het nieuwe erfrecht om de bevoegdheden van de executeur uit te breiden.

Een codicil moet u zelf geheel met de hand schrijven, dateren en ondertekenen; anders geldt het niet. In geval het codicil uit meer bladen bestaat, is het verstandig elk blad met paraaf of handtekening te waarmerken.

Het codicil kunt u zelf bewaren, maar beter is het om aan de notaris te vragen het te bewaren bij uw testament, om te voorkomen dat iemand anders het codicil vindt en het verscheurt.

Hieronder volgt een voorbeeld.

CODICIL

Ik, ondergetekende (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats), maak ter zake van mijn nalatenschap de volgende beschikkingen:

(eventueel toevoegen als u bijvoorbeeld gehuwd of geregistreerd partner bent en het de bedoeling is dat pas bij overlijden van de langstlevende het codicil geldt; in dat geval dient u beiden een codicil te maken: voor het geval ik overlijd gelijktijdig met of na mijn echtgenoot, de heer/echtgenote, mevrouw (invullen: voornamen en naam)

Ik legateer:

  1. aan (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats): (invullen: omschrijving van het te vermaken goed)
  2. aan (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats): (invullen: omschrijving van het te vermaken goed)
  3. aan (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats): (invullen: omschrijving van het te vermaken goed)
  4. (enzovoorts)

Ik bepaal dat het gelegateerde en hetgeen door zaaksvervanging daarvoor in de plaats komt, alsmede de vruchten daarvan, niet zal vallen in enige gemeenschap van goederen en niet in aanmerking zal mogen worden genomen bij enig verrekenbeding.

Ondertekend te (invullen: plaats) op (invullen datum).

Testamenten algemeen

Als er geen kinderen zijn 

Indien u niet wenst dat uw nalatenschap wordt verkregen door de wettelijke erfgenamen is het nodig een testament te maken, waarin u bepaalt aan wie het vermogen na uw overlijden wel zal toekomen: de broer die het ’t hardste nodig heeft, het lievelingsnichtje, instellingen met een goed doel, enzovoorts.

De bekende goede doelen, zoals het Wereldnatuurfonds, het Koningin Wilhelminafonds voor de kankerbestrijding, de Hartstichting, maar ook vele minder bekende (kleinere) goede doelen en kerkgenootschappen, zijn vrijgesteld van belasting over erfenissen als zij door de Belastingdienst als algemeen nut beoogende instelling (ANBI) zijn aangemerkt.

Een testament is niet alleen iets voor mensen met een aanzienlijk vermogen. Ook als iemand weinig geld heeft kan een testament heel nuttig zijn. In plaats van veel erfgenamen die per persoon bijna niets zouden erven (en waarbij de kosten van boedelbehandeling nogal kunnen oplopen) is het beter een of een paar erfgenamen te benoemen, die dan tenminste nog iets van enige omvang krijgen.

Het is dus altijd zinvol om zich af te vragen: Als ik nu zou overlijden, aan wie gun ik dan mijn vermogen?

Denk ook niet: Ik ben nog geen 80 jaar, dat hoef ik nu nog niet te regelen. Iedereen kan altijd iets onverwachts overkomen.

De belangrijkste bepalingen in een testament zijn:

  • erfstellingen; men wijst een of meer personen/instellingen aan, die voor het geheel of voor een evenredig gedeelte (percentage) van de nalatenschap erfgenaam zijn;
  • legaten; een legaat is het toekennen van een bepaalde zaak of een geldbedrag aan een bepaalde persoon of instelling.

In beginsel bent u vrij om in het testament te bepalen wat u wil. Daar zijn wel een paar uitzonderingen op. Men mag bijvoorbeeld niet ten voordele van de verpleegster, de behandelend arts of de pastoor of dominee, door wie men verpleegd is of is bijgestaan gedurende de ziekte waaraan men overlijdt, beschikkingen maken tijdens die ziekte.

Kinderen onterven

Het is een misverstand dat men kinderen niet zou kunnen onterven; dat kan wel. Het kind kan na het overlijden in die onterving berusten. Maar het kind moet dat niet, het kan ook een beroep doen op zijn zogenaamde “legitieme portie”. De legitieme portie in het nieuwe erfrecht is de helft van het normale kindsdeel, het erfdeel dat het kind zou hebben gehad als het niet zou zijn onterfd.

Let op: Voor het onterfde kind kan nog de “oude” legitieme portie gelden, zoals dat onder het oude erfrecht geregeld was. Dit komt door het overgangsrecht. Het overgangsrecht kan bijvoorbeeld spelen, als er nog vóór 1 januari 2003 een testament is gemaakt. De legitieme portie van het oude erfrecht is meestal groter dan die van het nieuwe erfrecht. De notaris kan u hierover nader informeren.

Als een onterfd kind een beroep doet op zijn legitieme portie, wordt hij daardoor niet mede-erfgenaam; hij krijgt niet een aandeel in alle goederen en schulden van de nalatenschap. Het onterfde kind krijgt alleen een vordering in geld jegens de erfgenamen. Hij kan dus niet de afwikkeling van de nalatenschap tegenwerken door als erfgenaam dwars te liggen. Dit was in het oude recht nog anders: door een beroep op zijn legitieme portie werd het onterfde kind mede-erfgenaam en moet hij meewerken aan de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap.

In veel onder het oude erfrecht opgemaakte testamenten werd een kind, dat men eigenlijk wel wilde onterven, toch niet onterfd maar “in de legitieme gesteld”, dat wil zeggen dat het kind niet meer kreeg dan de legitieme portie. Dit komt onder andere omdat bij onterving soms zo’n testament niet meer goed werkte. Onder het nieuwe erfrecht speelt dit niet meer, maar het oude testament blijft geldig, inclusief de legitieme portie van het kind.

Om verschillende redenen adviseren wij mensen, die een kind wilden onterven maar nog onder oud erfrecht een testament hebben gemaakt, dringend om een nieuw testament te maken:

het kind is in een oud testament vaak nog in de legitieme gesteld, maar kan helemaal worden onterfd;
het kind is in een oud testament vaak nog mede-erfgenaam en kan dus de afwikkeling van de nalatenschap dwarsbomen; door een nieuw testament kan dit worden voorkomen;
het kind dat in een oud testament de legitieme portie krijgt, heeft door het overgangsrecht vaak nog de (grotere) oude legitieme portie; door een nieuw testament kan worden geregeld, dat het kind de (kleinere) huidige legitieme portie krijgt.
 

De wettelijke verdeling of een testament maken?

In veel gevallen werkt de wettelijke verdeling (de wettelijke regeling als één van de ouders overlijdt en een echtgenoot/geregistreerd partner en kinderen achterlaat) goed. Daarom is het ook het stelsel van de wet geworden. Dat is zeker het geval als er alleen inboedel en wat geld op de bank is. De langstlevende krijgt dat en de kinderen kunnen geen bezwaar maken. Als er een huis is en het is de uitdrukkelijke bedoeling dat de langstlevende dat krijgt en er over kan beschikken is er ook nog niets aan de hand. Ook als de langstlevende hertrouwt zijn de rechten van de kinderen wel gewaarborgd.

Als er een groter vermogen is, een hypotheekvrij huis, geld op de bank of een effectenportefeuille, kan het zin hebben om toch een testament te maken. De gedachtengang is: Het is prima als de langstlevende over de goederen kan beschikken, maar als het even kan moet uiteindelijk alles toch zoveel mogelijk en met een zo laag mogelijke belastingheffing naar de kinderen. De wettelijke verdeling werkt dan te grof. Alles gaat immers naar de langstlevende.

Stel er is een huis en een effectenportefeuille. Als die naar de langstlevende in eigendom gaan, worden bij diens overlijden de waarden dan belast met successiebelasting. En het is een historisch feit dat huizen en effecten op de lange duur in waarde stijgen (hoewel resultaten uit het verleden …).

Het kan dan ook soms beter zijn om ervoor te zorgen dat niet de langstlevende maar de kinderen de eigendom krijgen, en de langstlevende het vruchtgebruik. Er worden dan twee vliegen in één klap geslagen. De heffing over vruchtgebruik/eigendom kan fiscaal gunstig zijn en de waardestijging op termijn blijft buiten de heffing van de successiebelasting.

Maar als de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik heeft en de kinderen de eigendom, hoe zit het dan met de vrijheid van de langstlevende? Het is mogelijk om bij het vruchtgebruik te bepalen, dat de vruchtgebruiker de volledige beschikkingsbevoegdheid heeft en dat de vruchtgebruiker op het kapitaal zelfs mag interen. Deze bevoegdheiden kunnen ook beperkt worden of aan voorwaarden worden gebonden.

Als de langstlevende deze beide bevoegdheden heeft is hij of zij eigenlijk niet slechter af dan als eigenaar. De vruchtgebruiker hoeft aan de kinderen geen toestemming te vragen om goederen onder het vruchtgebruik te vervreemden of daarop in te teren. De kinderen lopen wel enig risico, maar groot is dat niet, ook niet in vergelijking tot de wettelijke verdeling. De kinderen zijn immers ook de eigen kinderen van de langstlevende en welk belang zou de langstlevende er bij hebben om de eigen kinderen te benadelen?

Conclusie: Bij vermogen van enige omvang moeten twee zaken in het oog worden gehouden. Als eerste de positie van de langstlevende, en als tweede de overgang naar de volgende generatie op een zo voordelig mogelijke manier. Het maken van een testament met goede regelingen is dan nodig.