Nu ook 's avonds geopend op woensdag en donderdag!

Verklaring van executele

Een variant op de verklaring van erfrecht is de verklaring van executele: de overledene heeft dan zelf in zijn testament (of in een voor 1 januari 2003 opgemaakt codicil) iemand aangewezen die zijn nalatenschap zal afwikkelen. Deze persoon wordt executeur genoemd. Aan zo iemand geeft de notaris een verklaring van executele af, waarmee de executeur dan bevoegd is te handelen.
Ook voor een verklaring van executele is onderzoek naar het testament en bij de Burgerlijke Stand nodig.

Verklaring van erfrecht/executele

De verklaring van erfrecht is een notariële verklaring, waarin onder meer kan staan:

  • wie is overleden;
  • heeft de overledene een testament gemaakt;
  • wie zijn de erfgenamen krachtens de wet of op grond van het testament, en voor welke delen;
  • wie kan namens de gezamenlijke erfgenamen optreden om alles te doen wat nodig is om de nalatenschap af te wikkelen (een door de erfgenamen daarvoor gemachtigde persoon; dit kan een van de erfgenamen zijn, een buitenstaander of de notaris).

De erfgenamen gezamenlijk of de door de erfgenamen gevolmachtigde persoon kunnen/kan dan met de verklaring van erfrecht beschikken over de bankrekeningen van de overledene en er de nodige betalingen van doen.

Een verklaring van erfrecht wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden opgemaakt. Het afgeven van de verklaring van erfrecht kan soms echter wel enige tijd in beslag nemen. De notaris moet namelijk onder meer bij het Centraal Testamentenregister (CTR) nagaan of de overledene een testament had gemaakt. Ook moet hij bij de afdeling Burgerlijke Stand van de gemeente nagaan welke familieleden er zijn, die voor het erfgenaamschap in aanmerking komen. In het bijzonder kan er veel tijd overheen gaan als bijvoorbeeld erfgenamen opgespoord moeten worden of een erfgenaam dwars ligt.

Een variant op de verklaring van erfrecht is de verklaring van executele. De overledene zelf kan in een testament of in een (vóór 1 januari 2003 opgemaakt) codicil bepaald hebben wie zijn nalatenschap zal afwikkelen. Deze persoon wordt executeur genoemd. Aan de executeur kan de notaris een verklaring van executele afgeven, waarmee de executeur bevoegd is te handelen.

Niet altijd heeft u een verklaring van erfrecht nodig, bijvoorbeeld als het gaat om geringe banktegoeden. Sommige banken zijn bereid geringe banktegoeden uit te betalen zonder verklaring van erfrecht, mits de bank wordt gevrijwaard door de erfgenaam aan wie wordt uitbetaald (die dan dus aansprakelijk kan zijn als een andere erfgenaam bij de bank claimt!). Een dergelijke handelwijze is coulance van de bank en het beleid verschilt dan ook per bank. Vraag zonodig eerst bij uw bank of een verklaring van erfrecht nodig is.

Iets soortgelijks geldt bij de Belastingdienst voor kleine belastingteruggaven.

Voor het laten opmaken van een verklaring van erfrecht of executele kunt u de vragenlijst verklaring van erfrecht/executele downloaden.

Codicil

Bij een codicil kunt u:

  • kleren, lijfstoebehoren en bepaalde lijfsieraden aan de in het codicil genoemde personen nalaten (legateren);
  • bepaalde inboedelzaken en bepaalde boeken legateren;
  • bepalen dat de zaken onder 1 en 2 buiten een gemeenschap van goederen vallen; degene die het uit uw nalatenschap krijgt hoeft het dan bij een latere echtscheiding niet met de ex-partner te delen;
  • bepaalde rechten in verband met de Auteurswet uitoefenen.

Bepaald wil zeggen dat u precies moet aangeven welke zaak wordt gelegateerd. Een legaat van bijvoorbeeld al uw sieraden kan niet, wel van een speciaal aangewezen (dus bepaald) sieraad. De vermaakte goederen en de personen aan wie deze vermaakt worden, dienen bij voorkeur zodanig duidelijk te zijn omschreven, dat er geen misverstand over kan bestaan wat of wie is bedoeld.

Geldbedragen legateren bij codicil is niet mogelijk, evenmin als het benoemen van erfgenamen of een executeur.

Vóór 1 januari 2003 kon een executeur wel bij codicil worden benoemd. Een dergelijk codicil blijft geldig, maar het is mede gezien de gewijzigde positie van de executeur beter de benoeming van de executeur in een testament op te nemen. U kunt dan ook gebruik maken van de mogelijkheden van het nieuwe erfrecht om de bevoegdheden van de executeur uit te breiden.

Een codicil moet u zelf geheel met de hand schrijven, dateren en ondertekenen; anders geldt het niet. In geval het codicil uit meer bladen bestaat, is het verstandig elk blad met paraaf of handtekening te waarmerken.

Het codicil kunt u zelf bewaren, maar beter is het om aan de notaris te vragen het te bewaren bij uw testament, om te voorkomen dat iemand anders het codicil vindt en het verscheurt.

Hieronder volgt een voorbeeld.

CODICIL

Ik, ondergetekende (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats), maak ter zake van mijn nalatenschap de volgende beschikkingen:

(eventueel toevoegen als u bijvoorbeeld gehuwd of geregistreerd partner bent en het de bedoeling is dat pas bij overlijden van de langstlevende het codicil geldt; in dat geval dient u beiden een codicil te maken: voor het geval ik overlijd gelijktijdig met of na mijn echtgenoot, de heer/echtgenote, mevrouw (invullen: voornamen en naam)

Ik legateer:

  1. aan (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats): (invullen: omschrijving van het te vermaken goed)
  2. aan (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats): (invullen: omschrijving van het te vermaken goed)
  3. aan (invullen: voornamen en achternaam, geboorteplaats en -datum, adres en woonplaats): (invullen: omschrijving van het te vermaken goed)
  4. (enzovoorts)

Ik bepaal dat het gelegateerde en hetgeen door zaaksvervanging daarvoor in de plaats komt, alsmede de vruchten daarvan, niet zal vallen in enige gemeenschap van goederen en niet in aanmerking zal mogen worden genomen bij enig verrekenbeding.

Ondertekend te (invullen: plaats) op (invullen datum).

Nieuw erfrecht

Na ruim 50 jaar studie, overleg en strijd is op 1 januari 2003 het nieuwe erfrecht ingevoerd. De belangrijkste wijziging in het nieuwe erfrecht is de volgende: bij gehuwde ouders (met gehuwden worden gelijk gesteld geregistreerde partners) met kinderen gaan, na het overlijden van de eerststervende ouder, alle goederen van rechtswege naar de langstlevende. De kinderen ontvangen hun erfdeel in de vorm van een geldvordering op de langstlevende ouder, maar kunnen deze geldvordering in beginsel pas opeisen als de langstlevende ouder zelf overlijdt of failliet gaat (of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op die langstlevende ouder van toepassing wordt verklaard). Dit systeem heet: de wettelijke verdeling.

De langstlevende ouder is er dus tegen beschermd, dat kinderen hun erfdeel opeisen. Hiervoor was tot 1 januari 2003 het maken van een testament nodig.

Wie een belastingtechnisch of vermogensrechtelijk voordeliger testament wil maken maken, of wil dat de vordering van de kinderen ook opeisbaar wordt bij hertrouwen van de langstlevende of bijvoorbeeld wanneer deze naar een verzorgingstehuis gaat, of de regeling van de wilsrechten opzij wil zetten of beperken, dan is een testament nodig.

Voorts gaat de legitieme portie van kinderen (het deel waar kinderen altijd “recht” op hebben, ook al zijn zij onterfd) in alle gevallen de helft van het normale erfdeel bedragen. Een onterfd kind, als het zijn legitieme opeist, wordt daardoor niet mede-erfgenaam maar krijgt slechts een vordering in geld op de erfgenamen. Hij doet dus niet mee bij de afwikkeling van de nalatenschap en kan niet dwarsliggen.

Als een echtgenoot bij testament wordt onterfd, komt deze als langstlevende toch niet met lege handen te staan. De wet kent hem/haar een aantal rechten toe:

  • voortzetting van gebruik van de woning en inboedel gedurende zes maanden;
  • aanspraak op vestiging van een vruchtgebruik op de woning en inboedel (deze aanspraak moet binnen zes maanden na het overlijden worden uitgeoefend);
  • aanspraak op vestiging van een vruchtgebruik op andere goederen van de nalatenschap, voorzover daaraan behoefte bestaat (deze aanspraak moet binnen een jaar na het overlijden worden uitgeoefend).
    Deze rechten noemt men “andere wettelijke rechten”.

De nieuwe wet kent nog meer “andere wettelijke rechten”, onder andere:

  • die van minderjarige kinderen op een som (geldbedrag) ineens, voor zover nodig ter verzorging en opvoeding;
  • die van meerderjarige kinderen tot 21 jaar op een som ineens, voor zover nodig voor levensonderhoud en studie;
  • die van kinderen op een som ineens als billijke vergoeding voor het zonder passende beloning verrichten van arbeid in de huishouding van de erflater of in het door hem uitgeoefende bedrijf of beroep.

Ook een executeursbenoeming is in het nieuwe erfrecht gemakkelijker. Onder het oude recht had de benoeming van een executeur geen effect als een kind niet in die benoeming berustte. Deze executeursbenoeming was een last op de legitieme portie van het kind, welke door het kind niet geaccepteerd behoefde te worden.

Onder het nieuwe erfrecht kunt u rustig een executeur benoemen, kinderen hebben dat maar te accepteren.

Onder het oude recht was het verder niet mogelijk een testament te maken voor ongetrouwde ouders met kinderen, dat de langstlevende echt goed beschermde. Het nieuwe recht biedt wel die mogelijkheid. Men kan bijvoorbeeld de samenwonende partner tot enig erfgenaam benoemen, onder de last om aan de kinderen hun erfdelen schuldig te blijven. Daaraan wordt dan de bepaling gekoppeld dat de kinderen hun erfdelen pas kunnen opeisen na overlijden (of faillissement of schuldsanering) van de partner.

Een dergelijk testament kan men alleen maken als de partner “levensgezel” is. Wil men als levensgezel aangemerkt kunnen worden, dan moet er een gemeenschappelijke huishouding zijn en een notariële samenlevingsovereenkomst zijn gesloten. Voor ongehuwde ouders met kinderen is dus de combinatie van testamenten en een notariële samenlevingsovereenkomst van groot belang.

Uit het voorgaande lijkt de conclusie getrokken te kunnen worden dat, het na de invoering van het nieuwe erfrecht niet meer zo nodig is om een testament te maken. Dat is echter niet het geval. Door de toegenomen welvaart en het grotere vermogen dat veel (echt)paren hebben kan het al heel snel de moeite lonen om een goed estate-planningtestament te maken.

U kunt voor informatie over het erfrecht en nalatenschappen de brochure Nieuw erfrecht 2003 downloaden. Verdere informatie vindt u in de download erfrecht algemeen.

Verklaring van erfrecht

De verklaring van erfrecht is een notariële verklaring, waarin onder meer kan staan:

  • wie is overleden;
  • heeft de overledene een testament gemaakt;
  • wie zijn de erfgenamen krachtens de wet of op grond van het testament, en voor welke delen;
  • wie kan namens de gezamenlijke erfgenamen optreden om alles te doen wat nodig is om de nalatenschap af te wikkelen (een door de erfgenamen daarvoor gemachtigde persoon; dit kan een van de erfgenamen zijn, een buitenstaander of de notaris).

De erfgenamen gezamenlijk of de door de erfgenamen gevolmachtigde persoon kunnen/kan dan met de verklaring van erfrecht beschikken over de bankrekeningen van de overledene en er de nodige betalingen van doen.

Een verklaring van erfrecht wordt zo spoedig mogelijk na het overlijden opgemaakt. Het afgeven van de verklaring van erfrecht kan soms echter wel enige tijd in beslag nemen. De notaris moet namelijk onder meer bij het Centraal Testamentenregister (CTR) nagaan of de overledene een testament had gemaakt. Ook moet hij bij de afdeling Burgerlijke Stand van de gemeente nagaan welke familieleden er zijn, die voor het erfgenaamschap in aanmerking komen. In het bijzonder kan er veel tijd overheen gaan als bijvoorbeeld erfgenamen opgespoord moeten worden of een erfgenaam dwars ligt.

Een variant op de verklaring van erfrecht is de verklaring van executele. De overledene zelf kan in een testament of in een (vóór 1 januari 2003 opgemaakt) codicil bepaald hebben wie zijn nalatenschap zal afwikkelen. Deze persoon wordt executeur genoemd. Aan de executeur kan de notaris een verklaring van executele afgeven, waarmee de executeur bevoegd is te handelen.

Niet altijd heeft u een verklaring van erfrecht nodig, bijvoorbeeld als het gaat om geringe banktegoeden. Sommige banken zijn bereid geringe banktegoeden uit te betalen zonder verklaring van erfrecht, mits de bank wordt gevrijwaard door de erfgenaam aan wie wordt uitbetaald (die dan dus aansprakelijk kan zijn als een andere erfgenaam bij de bank claimt!). Een dergelijke handelwijze is coulance van de bank en het beleid verschilt dan ook per bank. Vraag zonodig eerst bij uw bank of een verklaring van erfrecht nodig is.

Iets soortgelijks geldt bij de Belastingdienst voor kleine belastingteruggaven.

Downloads

Voor het laten opmaken van een verklaring van erfrecht of executele kunt u de verklaring_van_erfrecht_vragenlijst downloaden.