Goede doelen

Een instelling kan vrijstelling van belasting over schenkingen en erfenissen krijgen als zij door de Belastingdienst als een zogenoemde algemeen nut beogende instelling (ANBI) is aangemerkt. In dat geval kunnen schenkers giften aan de instelling onder voorwaarden ook aftrekken voor de inkomstenbelasting. Verder gelden faciliteiten in de vennootschapsbelasting.

Voor een algemeen nut beogende instelling moeten de statutaire doelstelling en ook de feitelijke werkzaamheden een algemeen belang beogen. Algemeen belang staat hier in tegenstelling tot particulier belang. Het doel van de instelling in het algemeen belang kan beperkt zijn. Zo is gehandicaptenzorg of het restaureren van een kerk een algemeen belang, maar een beperkt algemeen belang. Een particulier belang is als de instelling ten doel heeft om de nakomelingen van de oprichter financieel te steunen. Het verschil kan soms subtiel zijn en daarvoor moet u de notaris raadplegen.

Om een instelling als algemeen nut beogende instelling te laten aanmerken moet deze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Slechts die instellingen worden als algemeen nut beogende instelling aangemerkt, die als zodanig zijn aangewezen bij beschikking van de belastinginspecteur. In een besluit zijn daarbij nadere regels gegeven. Deze nadere regels zijn de volgende (de regels staan in de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, en zijn daarom erg formeel van aard):

Een kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instelling wordt door de belastinginspecteur aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling, indien en zolang:

  1. uit de regelgeving van de instelling en de feitelijke werkzaamheid blijkt dat de instelling geen winstoogmerk heeft;
  2. uit de regelgeving van de instelling en de feitelijke werkzaamheid blijkt dat de instelling het algemeen belang dient;
  3. uit de regelgeving van de instelling en de feiten blijkt dat een natuurlijk persoon noch een rechtspersoon over het vermogen van de instelling kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen; de belastinginspecteur kan, zonodig onder door hem te stellen voorwaarden, toestaan dat een steunstichting en de instelling of instellingen welke door deze stichting worden ondersteund, over en weer kunnen beschikken over elkaars vermogen als ware het eigen vermogen;
  4. de instelling niet meer vermogen aanhoudt dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de instelling;
  5. de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt, ter zake van de door hen voor de instelling verrichte werkzaamheden geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld;
  6. de instelling beschikt over een actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de door de instelling te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de instelling en de besteding daarvan;
  7. de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de instelling in redelijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de instelling;
  8. uit de regelgeving van de instelling blijkt dat bij opheffing van de instelling een batig liquidatiesaldo moet worden besteed ten behoeve van een instelling als bedoeld in artikel 6.33 lid 1 onderdeel b Wet IB 2001, dan wel op enigerlei andere wijze waarmee het algemeen belang wordt gediend, en
  9. de administratie van de instelling zodanig is ingericht dat daaruit duidelijk blijkt:
    de aard en omvang van de aan de afzonderlijke leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt, toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden;
  • de aard en omvang van de kosten die door de instelling zijn gemaakt ten behoeve van de werving van gelden en het beheer van de instelling, alsmede de aard en omvang van de andere uitgaven van de instelling;
  • de aard en omvang van de inkomsten van de instelling;
  • de aard en omvang van het vermogen van de instelling.

Stichting

Een stichting heeft geen leden, en dus ook geen algemene ledenvergadering zoals de vereniging. In de statuten van de stichting zal zijn bepaald wie welke bevoegdheden heeft. Het bestuur speelt daarbij doorgaans een belangrijke rol.

Hoe de gang van zaken binnen een stichting is geregeld, staat in de statuten: de taken en bevoegdheden van het bestuur en van eventuele andere organen. Soms heeft een stichting al jarenlang dezelfde statuten, terwijl de feitelijke situatie sterk veranderd is, bijvoorbeeld omdat er nieuwe activiteiten zijn ontplooid. Ook zijn in de loop van de tijd allerlei wettelijke regels gewijzigd.

Het kan dus zinvol zijn om eens na te gaan of de bestaande statuten nog voldoen voor de huidige stand van zaken.

 De stichting kan een (huishoudelijk) reglement hebben. Het kan handig zijn bepaalde zaken, die niet per sé in de statuten hoeven te staan, in een reglement te regelen. Een reglement is immers makkelijker te wijzigen dan de statuten.

Een reglement mag nooit in strijd zijn met de wet of de statuten.

Voor het oprichting van een stichting, maar ook voor wijziging van de statuten daarvan, is een notariële akte nodig. U hoeft beslist niet zelf statuten op te stellen. Bij het vinden van de juiste formuleringen helpen wij u graag.

Wel is het belangrijk dat de volgende punten duidelijk zijn:

  • wat is het doel van de stichting; het doel moet duidelijk omschreven en voor ieder begrijpelijk zijn;
  • wie is of zijn de oprichter(s);
  • hoe wordt het bestuur benoemd;
  • zijn er, naast het bestuur, nog andere organen, bijvoorbeeld een raad van toezicht of een adviescollege, en welke taken en/of bevoegdheden hebben deze;
  • zijn er zaken die beter in een huishoudelijk reglement kunnen worden geregeld.

Bij wijziging van de statuten dient u er op te letten, dat in de wet en de statuten allerlei formele voorschriften zijn opgenomen die moeten worden nagekomen, wil een besluit tot statutenwijziging rechtsgeldig tot stand komen.

Ons dringend advies is dan ook: neem eerst contact met ons op als u overweegt statuten te wijzigen. Dit voorkomt onnodig werk en dus extra kosten.

Bij gebruikmaking van de modelstatuten op deze website geldt bovendien het volgende. Veel bepalingen in de modelstatuten zijn aan de wet ontleend. Dit biedt het voordeel, dat het bestuur en eventuele andere bij de stichting betrokken personen de wet “bij de hand hebben”. Sommige van deze wettelijke bepalingen mogen echter niet gewijzigd worden; zij zijn dwingend wettelijk vastgesteld.

Wijzigingen in de modelstatuten (andere dan de keuzes die het model biedt) zal dan ook extra werk en dus extra kosten met zich meebrengen.

De administratieve verplichtingen, zoals de inschrijving in het Handelsregister van de stichting na de oprichting of de inschrijving van de statutenwijziging in het Handelsregister, regelen wij voor u.

Ook schrijven wij na de oprichting de bestuursleden in het Handelsregister in. Voorwaarde daarvoor is wel, dat deze bestuursleden bij het ondertekenen van de akte van oprichting aanwezig zijn en zich (net als degenen die de akte ondertekenen) kunnen legitimeren.

Downloads

Vereniging en stichting

Verenigingen en stichtingen zijn op velerlei terrein actief in de samenleving. Het zijn rechtspersonen, dat wil zeggen dat ze zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen (als waren ze een natuurlijk persoon, een mens van vlees en bloed) en hun eigen rechten en plichten hebben.

Naar buiten toe moet iemand namens de rechtspersoon optreden, deze vertegenwoordigen. De vertegenwoordigers van een rechtspersoon heten: bestuurders.

Bijvoorbeeld: Een stichting wil een pand huren. Eén of meer bestuurders van de stichting tekenen het huurcontract: zij gaan namens de stichting de huurovereenkomst aan. De stichting zelf is de huurder, de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst gaan de stichting aan (en niet de bestuurder): de stichting huurt en betaalt de huur.

De vereniging is een vanouds bekende vorm van het principe “samen sta je sterk” of “samen kun je meer dan alleen”. In een vereniging bepalen uiteindelijk de leden (de algemene ledenvergadering) wat er gaat gebeuren en hoe het beleid eruit zal zien. De vereniging heeft dus een democratisch karakter. Het bestuur voert het beleid uit.

Bij stichtingen staat het doel centraal. De oude naam voor stichting is “doelvermogen”. Vroeger moest een stichting een zeker ideëel doel hebben, maar dat is al lang niet meer zo. Een stichting heeft anders dan een vereniging geen leden. Gewoonlijk is het bestuur degene die het beleid bepaalt.

Voor specifieke informatie en downloads kunt u gaan naar STICHTING of naar VERENIGING.

•Vereniging
•Stichting
Goede doelen