Nu ook 's avonds geopend op woensdag en donderdag!

Geschiedenis

Zo’n 2000 jaar geleden werd in Rome voor het eerst het rechtssysteem in een allesomvattende regeling vastgelegd. In die regeling werd ook de functie van de notaris omschreven en werden zijn taken en bevoegdheden vastgelegd. Napoleon stoelde zijn Burgerlijk Wetboek (Code Civil) op deze Romeinse wetgeving.

In onze wetgeving, die op haar beurt op de Napoleontische is gebaseerd, kreeg de notaris zijn eigen plaats. De notaris wordt door de Kroon benoemd. Hij mag als enige bepaalde handelingen verrichten en aan hem heeft de overheid bevoegdheden overgedragen.

Ons rechtssysteem schrijft voor dat iedereen voor bepaalde zaken naar de notaris moet. Het is dan ook logisch dat datzelfde systeem de notaris verplicht om in die gevallen zijn diensten te verlenen. Daarnaast heeft dit tot gevolg dat met name diensten waarbij een particulier verplicht is zich tot een notaris te wenden (zoals testamenten en huwelijkse voorwaarden) toegankelijk moeten zijn voor iedereen, ook in financieel opzicht. Op die manier wordt bereikt dat iedereen gebruik kan maken van de specifieke kennis en deskundigheid van die notaris. Dat is uit een oogpunt van rechtszekerheid een groot goed.

Het rechtssysteem heeft de onpartijdige notaris gecreëerd en hem daaruit voortvloeiend een centrale rol in het rechtsverkeer toebedeeld. De notaris licht partijen neutraal voor en zorgt dat partijen gelijkwaardig zijn, dat niet een partij misbruik kan maken van feitelijk of juridisch overwicht over de ander. Hij trekt zowel in het belang van partijen als in het algemeen belang een ongelijke positie recht, bijvoorbeeld wat kennis en inzicht betreft. Hij legt daarbij vast wat partijen overeenkomen. Kortom, door die ene notaris vindt de belangenafweging plaats die nodig is om een evenwichtig resultaat te bereiken.

Waar leidt het allemaal toe? De notaris zorgt ervoor dat wat de partijen bij de akte willen goed op papier komt. Hij heeft daarbij een eigen verantwoordelijkheid. Met het resultaat van zijn werk voorkomt de notaris veel rechtszaken. De afspraken die hij in akten vastlegt, hebben soms dezelfde kracht als een rechterlijk vonnis. Een notariële akte heeft bijzondere bewijskracht.

De notaris let er ook op dat het algemeen belang wordt meegewogen in de afspraken. Datzelfde doet hij met de belangen van andere personen die niet aan de tafel zitten, zoals bijvoorbeeld de erfgenamen bij een testament en de buren bij het kopen van een huis.

Het begon allemaal in Rome; in bijna heel Europa waar de Romeinen geheerst hebben is een soortgelijk notariaat. En dat is een groot goed in een éénwordend Europa.

Ook landen die een nieuw rechtsstelsel invoeren, bijvoorbeeld de voormalige communistische landen in Europa (maar ook een land als bijvoorbeeld China) zien de voordelen van het notariaat en voeren dat in.

In 1999 is een nieuwe Notariswet van kracht geworden. De oude wet dateerde van 1842; die heeft het dus meer dan 150 jaar uitgehouden! Maar ook in het notariaat komen nieuwe tijden. In de nieuwe wet is enerzijds niet getornd aan de ambtelijke positie van de notaris, met alle verplichtingen en beperkingen van dien. Bijvoorbeeld de verplichte dienstverlening: een notaris mag in beginsel zijn dienst niet weigeren als iemand een dienst van hem vraagt. Maar anderzijds is een aantal verouderde regels over het vestigingsbeleid en de tarieven gewijzigd. De nieuwe wet geeft meer ruimte aan kandidaat-notarissen om zich ergens als notaris te vestigen.

De belangrijkste wijziging voor het publiek is de afschaffing van de vaste tarieven. U kunt dus aan de notaris vragen wat zijn diensten kosten.

De inhoud van de akten van de notaris moet uiteraard in overeenstemming zijn met de wet en moet de belangen van de betrokken partijen evenwichtig dienen. Zij mag dus niet in strijd zijn met de wet en de goede zeden. Maar ook als een transactie niet in strijd is met de wet en geen ontoelaatbare schade voor een van de partijen tot gevolg heeft, kunnen er dan redenen zijn om medewerking te weigeren. Bijvoorbeeld in het geval dat het om een schijnhandeling gaat. Zoals een “schijn-verkoop” van een huis om zo boetevrij naar een goedkopere hypotheek te kunnen overstappen.

Soms treedt de notaris op als partij-adviseur. Meestal hebben beide partijen dan hun eigen juridisch adviseur. Dit optreden als partij-adviseur is voor de notaris toegestaan, mits de notaris zijn positie vooraf aan alle betrokkenen duidelijk maakt.

De notaris mag in zo’n geval ook de akte passeren, maar alleen als de betrokken partijen het daarover eens zijn en hem daartoe opdracht geven. Wanneer een notaris eenmaal als partij-adviseur is opgetreden kan hij immers niet zomaar van pet veranderen. Omdat hij in eerste instantie slechts als partij-adviseur voor één partij optrad, zal hij dan ook slechts met instemming van alle betrokkenen de akte mogen opmaken.

De notaris zal er op moeten toezien dat hijzelf en zijn medewerkers op de hoogte zijn van de ontwikkelingen op zijn terrein. Dit kan door het bijhouden van de daarover verschijnende literatuur en door het volgen van cursussen. In het voor de notarissen en kandidaat-notarissen geldende Reglement inzake Permanente Opleiding in het Notariaat wordt elke notariële jurist verplicht per kalenderjaar door het volgen van cursussen een vastgesteld aantal studiepunten te behalen.