Estate planning

Estate planning is een vrij nieuw begrip. Het gaat over vermogen en de vragen over uw vermogen en hoe dat vermogen het beste kan overgaan op de volgende generatie: uw kinderen, of andere naasten.

Estate planning heeft veel te maken met belastingen, maar dat is niet het enige. Bij een advies en de uitvoering daarvan spelen ook zaken als huwelijkse voorwaarden, testamenten en de mogelijkheid van eventuele schenkingen mee. Belastingbesparing alléén mag nooit het enige motief zijn: het gaat erom uit de vele mogelijkheden datgene te kiezen dat het beste bij u en bij uw situatie past.

Estate planning heeft te maken met:

Huwelijkse voorwaarden/partnerschapsvoorwaarden

Of u gehuwd bent op huwelijkse voorwaarden of in algehele gemeenschap van goederen, maakt voor de omvang van uw vermogen een groot verschil. Als u op huwelijks voorwaarden gehuwd bent, kan het zijn dat de ene echtgenoot een veel groter vermogen heeft dan de andere. In dat geval kan het voordelig zijn om óf over te gaan tot een algehele gemeenschap van goederen (opheffing van de huwelijkse voorwaarden), óf om in de huwelijkse voorwaarden een zogenaamd slotverrekenbeding op te nemen.

Door een slotverrekenbeding kan worden bepaald, dat bij overlijden van een van de echtgenoten het totale vermogen verdeeld wordt alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd, dus voor ieder de helft. Opheffing van huwelijksvoorwaarden of toevoeging van een slotverrekenbeding komt neer op een wijziging van uw huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk.

De grootte van uw vermogen wordt dus mede bepaald door de eventuele huwelijkse voorwaarden. De omvang van uw vermogen bepaalt tevens de omvang van uw nalatenschap, en is daardoor van invloed op de belasting die uw erfgenamen daarover moeten betalen. Het successierecht heeft een progressief tarief (een erfgenaam betaalt meer belasting naarmate hij meer erft), waardoor het in de regel voordeliger is om twee keer over een middelmatige nalatenschap successierecht te betalen, dan over één kleine en één grote nalatenschap afzonderlijk. Dit is een vuistregel, die echter per geval verschillend kan zijn.

Voor partnerschapvoorwaarden geldt hetzelfde.

Partners die samenwonen, terwijl zij ongehuwd zijn en geen geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, hebben geen gemeenschappelijk vermogen zoals gehuwden of geregistreerde partners wel kunnen hebben. Ook als zij een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten, verandert dat hieraan niets.

 Testamenten

Bij het opstellen van een testament spelen veel factoren mee. In de allereerste plaats gaat het erom wat u zelf wilt. Het is ook niet altijd zo dat twee (huwelijks)partners ieder een testament met dezelfde inhoud moeten maken. Er kunnen verschillen zijn in bijvoorbeeld:

ieders vermogen: hebben beide partners evenveel of is er een groot verschil;
de aanwezigheid van (of juist een gebrek aan) pensioenvoorzieningen;
de verhoudingen binnen de familie;
andere familie-omstandigheden, bijvoorbeeld kinderen uit een eerdere relatie.

Daarnaast is uw eigen invalshoek het allerbelangrijkst. Is uw eerste zorg dat de partner goed verzorgd achterblijft? Wilt u uw kinderen zoveel mogelijk bevoordelen, of ook uw kleinkinderen? Of is belastingbesparing het argument dat voor u het zwaarst weegt? Wilt u wellicht (ook) wat aan liefdadige instellingen nalaten? Zijn er bijzondere voorwerpen die u beslist aan bepaalde personen wilt nalaten?

Kortom: een “goed testament” is een testament dat geheel bij u en bij uw situatie past.

Schenkingen

Een mogelijkheid om bij uw overlijden successiebelasting te besparen is ervoor te zorgen, dat uw nalatenschap nu alvast verkleind wordt. Dat kan door middel van schenkingen.

U kunt natuurlijk geld schenken, bij voorbeeld via bank of giro. Heeft u echter vermogen dat moeilijk te gelde te maken is of dat u niet te gelde wil maken, bijvoorbeeld het huis waar u in woont of effecten, dan is het mogelijk een schenking “op papier” te doen. Juridisch gezien is voor zo’n schenking een notariële akte niet strikt nodig, maar een notariële akte heeft wel voordelen: de bewijskracht is groot, de akte kan niet zoek raken of verloren gaan, de mogelijkheid van aantasting van een schenking via notariële akte is kleiner en de notaris beschikt over de expertise wat er in de akte moet staan en welke andere bepalingen u aan de schenking kunt verbinden (bijvoorbeeld dat het een schenking is alléén aan het eigen kind en niet aan een aangetrouwd kind, zodat het eigen kind in geval van echtscheiding wordt beschermd). Ook de Belastingdienst stelt de notariële akte als voorwaarde.

Bij een schenking op papier schenkt u wel, maar degene aan wie u schenkt kan het pas opeisen als u overlijdt. Een echtpaar kan bepalen dat het geschonkene pas opeisbaar is als beide echgenoten zijn overleden.

Belastingen

Bij estate planning heeft u te maken met veel onderwerpen tegelijk. Daarom zijn er ook veel verschillende belastingen om rekening mee te houden. Wat voor de ene belastingsoort voordelig is, kan voor de andere juist zeer nadelig zijn. Voor estate planning zijn vooral de inkomstenbelasting, het successierecht en eventueel het schenkingsrecht van belang.

Het successierecht spreekt voor zich: degene die iets erft, betaalt belasting over hetgeen hij of zij erft. Voor de langstlevende echtgenoot (of een partner die aan een aantal voorwaarden voldoet) is er een grote vrijstelling van € 532.570,00 (2009). Wel wordt daarvan de waarde van eventuele pensioenrechten voor de langstlevende nog tot een bepaald maximum afgetrokken.

Voor kinderen beloopt het tarief 5% tot 27%. Alleen als een kind (ouder dan 23 jaar) niet meer dan € 27.309,00 erft, geldt een vrijstelling van € 10.323,00 (algemene vrijstelling voor kinderen ouder dan 23 jaar voor 2009; soms geldt voor kinderen een andere dan de algemene vrijstelling).

Inkomstenbelasting gaat een rol spelen als na het overlijden er een weduwe of weduwnaar met een of meer kinderen achterblijft. Is er een testament gemaakt, dan zal daarin vaak bepaald zijn dat de langstlevende de volle eigendom of het vruchtgebruik heeft van de gehele nalatenschap.

Heeft de langstlevende ouder de volle eigendom, dan staan daar tegenover de vorderingsrechten van de kinderen, omdat zij onderbedeeld zijn: ze hebben vooralsnog minder gekregen dan het kindsdeel waar zij recht op hebben. Voor wat ze “te weinig” hebben gekregen, hebben ze een vordering op de langstlevende ouder. Gewoonlijk kan een kind deze vordering pas opeisen als ook de langstlevende ouder is overleden.

Heeft de langstlevende ouder het vruchtgebruik, dan zijn de kinderen samen de “bloot-eigenaren”. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de langstlevende ouder, en vervolgens zijn de kinderen “automatisch” volle eigenaren van de nalatenschap van de eerst-overleden ouder.

Hoewel de kinderen in beide gevallen (volle eigendom bij de langstlevende ouder of vruchtgebruik bij de langstlevende ouder en bloot-eigendom bij de kinderen) nog geen geld of goederen in handen hebben, hebben zij voor de Belastingdienst al wel vermogen. Dat vermogen is namelijk de vordering op de langstlevende ouder respectievelijk de bloot-eigendom. En over dat vermogen wordt inkomstenbelasting geheven, meestal in box 3.

Tegelijk heeft de langstlevende ouder ook vermogen, waarover ook inkomstenbelasting geheven wordt. De vorderingen van de kinderen komen op het vermogen van de langstlevende ouder in aftrek.

Onder bepaalde strikte voorwaarden kan voor de inkomstenbelasting worden afgezien van heffing over het vermogen bij de kinderen in box 3. Daar staat tegenover dat dan de langstlevende ouder ook geen aftrekpost heeft van de vorderingsrechten. Dit heet defiscalisering. Het komt er op neer, dat het vermogen uit de nalatenschap van de eerst-overleden ouder volledig bij de langstlevende wordt belast. Of dat in box 1, 2 of 3 is, hangt af van de samenstelling van dat vermogen.

Bij de wettelijke verdeling is altijd sprake van defiscalisering, in geval van een testament hangt het af van de inhoud daarvan. De gevolgen voor de inkomstenbelasting vormen een belangrijk aspect bij estate planning.